Moeilijke tijden
De N.S.B. haalde in onze provincie bijna 12% van de stemmen.

't Waren moeilijke tijden, de dertiger jaren. De wereld was in een ongekende economische crisis geraakt, waarvan in Dalen vooral de boeren de gevolgen ondervonden. Hun oogsten leverden veel te weinig op en ook hun vee werd steeds minder waard. het kwam veel voor, dat een boer, die biggen naar de markt bracht met meer dieren thuis kwam, dan hij had meegenomen. Biggen waren vaak onverkoopbaar en het loonde in elk geval de moeite een of meer van die druktemakers op een andere wagen te zetten. Dat scheelde weer voer!. Er waren ook Dalenaars werkeloos. Die konden soms in de werkverschaffing en moesten dan wegen aanleggen of heidevelden ontginnen. Alles met de hand en de schop natuurlijk. En als er helemaal niets te doen was, kregen ze "steun" van de gemeente. Dat was niet veel, zo'n tien gulden in de week en daarvoor moesten ze zich ook nog elke dag melden bij het gemeentehuis. Anders zouden ze misschien stiekem werken en dan hadden ze geen recht op het steunbedrag. Maar er werd geen honger geleden in Dalen.Iedereen had wel een tuin, waar groenten en aardappels verbouwd konden worden en men hield vaak kippen en een varken. De mensen bezaten ook nog niet zo veel. Van televisie hadden ze nog nooit gehoord en maar enkelen bezaten een radio. Er waren geen wasmachines, geen gastoestellen, geen centrale verwarmingsinstallaties, geen stofzuigers. Alleen de rijke Dalenaars hadden een auto en dat waren er maar heel weinig.

Veemarkt op het plein voor de kerk
Veemarkt op het plein voor de kerk


Door de lage steunuitkeringen en de slechte verdiensten werd de ontevredenheid onder de gewone mensen steeds groter. Vooral onder de boeren, die elke dag hard moesten werken en soms helemaal geen inkomsten hadden.Velen van hen sloten zich aan bij de Drentse Boerenbond, die wilde, dat de regering geen graan en andere landbouwprodukten uit het buitenland meer zou toelaten. Dat ging echter moeilijk, want men vond, dat de handel vrij moest blijven. Nederland voerde immers zelf ook veel goederen uit en die zouden dan wel eens bij de grens geweerd kunnen worden. De Drentse Boerenbond sloot zich in 1933 bij de landelijke boerenorganisatie "Landbouw en maatschappij" aan. Misschien zou deze meer kunnen bereiken, dacht men.

In datzelfde jaar was in Duitsland Adolf Hitler aan de macht gekomen. Hij beloofde een einde aan de misstanden te maken. Bovendien streefde hij ernaar Duitsland tot het machtigste land van de wereld te maken. Alle partijen, behalve die van hem, werden verboden en Hitler werd de "Fuhrer", de leider en dictator; die alles te beslissen had en die alles ook het beste wist. Bijna alle Duitsers geloofden dat tenslotte.

Duitsland was er ook alleen maar voor de Duitsers, zei Hitler. Voor andere mensen zoals joden en zigeuners was er geen plaats meer. Zij moesten uitgeroeid worden, want zij hadden Duitsland in het ongeluk gestort. Alleen de raszuivere edelgermanen, zoals Hitler de Duitsers graag noemde, Zouden Duitsland weer sterk en oppermachtig maken.

In Nederland kwam ook een man naar voren, die graag leider van ons volk wilde worden en die het helemaal met Hitler eens was. Dat was Anton Mussert, die al in 1931 de N.S.B. (de Nationaal Socialistische Beweging) gesticht had. Zijn volgelingen droegen zwarte uniformen en marcheerden vaak met veel vertoon door de straten. Maar veel invloed kreeg de N.S.B. niet; de meeste Nederlanders doorzagen de ware bedoelingen van Anton Mussert al snel.

Maar..in Duitsland ging het goed! Hitler ging een sterk leger vormen en er kwamen dus veel nieuwe wapenfabrieken. Verder liet hij een heel net van brede autowegen aanleggen. Veel arbeiders kregen hierdoor weer werk. De Duitse boeren kregen het ook veel beter, want Hitler zorgde er wel voor, dat hun produkten in eigen land voorrang hadden.

Natuurlijk juichten de boeren van Landbouw en Maatschappij de maatregelen van Hitler van harte toe en de N.S.B.ers waren er als de kippen bij om te zeggen, dat zij het ook zo wilden. Verschillenden van hen werden nu bestuurslid van de boerenorganisatie en toen er in 1935 verkiezingen werden gehouden, raadde Landbouw en Maatschappij haar leden aan toch vooral op de N.S.B. te stemmen. Heel veel Drenten deden dat inderdaad en de partij van Mussert behaalde in onze provincie bijna twaalf procent van de stemmen. De N.S.B. kreeg nu ook meer leden. Men zag alleen de financiele voordelen voor arbeiders en boeren. Rassendiscriminatie en dictatorschap nam men op de koop toe.

Het aantal N.S.B.ers in de gemeente Dalen was vrij groot. Vooral in Dalerveen en dat was geen wonder, want daar woonden veel kleine boeren. In Dalerpeel waren heel weinig N.S.B.ers; de mensen waren hier heel kerkelijk en beschouwden de beweging als een goddeloze partij. Bovendien hadden de Dalerpelers van oudsher een hekel aan 't gezag van één persoon. Achteraf gezien hadden ze groot gelijk!

Toen Hitler de Duitse Joden ging vervolgen en heel veel leden van andere partijen in kampen op liet sluiten, bedankten ook in Dalen verschillende mensen als lid van de N.S.B. Mussert probeerde immers alles wat Hitler deed goed te praten. Toen daarna ook nog het Duitse leger Oostenrijk inlijfde en Tsjecho-Slowakije bezette, moesten toch voor ieder Hitler's bedoelingen steeds duidelijker worden. Hij wilde de macht in Europa met alle gevolgen van dien.

In september 1939 vielen de Duitsers Polen binnen. Engeland en Frankrijk verklaarden Duitsland daarop de oorlog. In februari 1940 veroverden Hitler's soldaten Denemarken en Noorwegen. Dat waren neutrale landen, die niet aan de oorlog mee wilden doen. Nederland was ook neutraal, maar hoe lang zou het nog duren, voor ons land aan de beurt was? Dat vroegen ook veel Dalenaars zich af.

Duitsland was immers vlakbij en het Nederlandse leger zou op de duur nooit tegenstand kunnen bieden. De meeste hadden angstige voorgevoelens; een kleine minderheid echter, de felste N.S.B.ers hoopte op een Duitse inval. Dan zou immers alles beter worden, dachten ze.


Last update: 07-10-2007 by www.herdenking.nl