Landwachters
's Nachts patrouilleerden ze in Dalen en omgeving.


Bertus en Grietje hadden een klein boerderijtje, waarvan ze eigenlijk niet konden leven. Gelukkig verdiende Bertus als melkrijder bij de zuivelfabriek tien gulden per week extra. Voor verschillende boeren, die geen drinkwater hadden, vulde hij de melkbussen met water uit de fabriek en bracht daarvoor tien cent per bus in rekening. Bertus hield er ook nog een kleine melkzaak op na en af en toe verhandelde hij wel eens een koe of een varken. Zo konden ze behoorlijk leven, maar een vetpot was het niet.

De tijden waren slecht voor de boeren in de dertiger jaren. De prijzen van de landbouwprodukten waren erg laag en 't was dan ook geen wonder dat Bertus, evenals bijna alle boeren in het dorp, lid werd van Landbouw en Maatschappij. Van deze organisatie moest uitredding komen, dacht hij. Regelmatig droeg hij het L. en M. speldje en hij werd een trouw bezoeker van de landdagen in Rolde.

Toen bleek, dat het de Duitsers na het aan de macht komen van Hitler een stuk beter ging, maakte dat op Bertus veel indruk. De Duitse regering deed klaarblijkelijk veel meer voor haar boeren dan de Nederlandse! In deze gedachtengang werd hij gesterkt door gesprekken met een kennis, die lid van de N.S.B. was en voor wie hij veel respect had. Deze haalde hem over om ook lid te worden. Zo werd Bertus N.S.B.er, niet zozeer uit politieke motieven, maar veel meer uit onvrede met de slechte levensomstandigheden van de boeren.

Na de inval van de Duitsers bleef Bertus niet alleen bij de N.S.B., maar hij werd na verloop van tijd ook lid van de Landwacht. Hij kreeg een jachtgeweer als wapen en dat vond hij wel gemakkelijk, want dan kon hij af en toe ook eens een haas of een fazant schieten. Grietje was het er helemaal niet mee eens, want zij realiseerde zich, dat Bertus nu ook 's avonds met dat geweer op pad moest.

Dat deed hij dan ook. Met enkele andere landwachters kreeg hij regelmatig opdracht 's nachts in Dalen en omgeving te patrouilleren. Mensen die na acht uur op straat waren, werden aangehouden en ondervraagd in de hoop onderduikers en verzetsmensen te kunnen arresteren. Verdachte personen werden gedwongen mee te gaan en onder allerlei bedreigingen ondervraagd en soms werden inderdaad onderduikers gevangengenomen. Bertus was vaak bij deze nachtelijke acties betrokken.

Na de bevrijding kreeg hij de rekening gepresenteerd. Bertus werd door de B.S. van het land gehaald en meegenomen naar Dalen. Hij mocht nog wel even naar huis om afscheid te nemen en schoenen aan te trekken. Na in het zogenaamde Oranjehuis ondervraagd te zijn, werd hij naar hotel Cornelis gebracht, waar al meer partijgenoten aanwezig waren. Enkele dagen later werden de N.S.B.ers met vrachtauto's naar het interneringskamp Westerbork gebracht. Hier werden ze ondergebracht in dezelfde barakken, waarin de Joden hun reis naar de gaskamers hadden afgewacht.

In het kamp moest gewerkt worden! Bertus moest helpen bij het leeghalen van de w.c.'s. Er kwam een boer met een giertank, die de inhoud over het land verspreidde. Hij moest helpen bij de aanlag van een straat bij een kampeerboerderij en werd ingezet bij allerlei andere werkzaamheden buiten het kamp. Het eten was slecht en onvoldoende en velen vermagerden dan ook sterk. Als Bertus buiten het kamp bezig was, kwam zijn broer wel eens langs en verstopte op een afgesproken plaats iets eetbaars. Dat moest wel omzichtig gebeuren, want Bertus's oppasser, een zekere Snater, hield de gevangenen goed in de gaten.

Maar hoe strenger de controle, hoe vindingrijker men werd. Zo had een van de mannen een paar haken aan een blikje gemaakt, dat hij onder zijn broekriem hing. Hij wist dan soms een extra lepel soep te bemachtigen, die hij in blikje leeggoot. Helaas had hij pech, dat het lek was, waardoor het vocht eruit liep. Maar de vermicelli en de ander vaste bestanddelen bleven wel over, waardoor hij toch wat extra's had. Tengevolge van het slechte eten werden veel mensen ziek en sommigen stierven. De zieken werden in eerste instantie geholpen door ook geinterneerde N.S.B.artsen.

Zo nu en dan mochten er familieleden op bezoek komen. Ze probeerden vaak sigaretten mee te nemen, verstopt in hun schoenen. Hiermee kon je bij de bewakers nog wel eens wat bereiken. Onder hen waren ook een paar Dalenaars. Opvallend was dat de N.S.B.ers, die tijdens de bezetting het meest te zeggen hadden, ook in het kamp de baantjes kregen, die het minste werk met zich meebrachten. Sommige gedetineerden, aan wie de bewakers een hekel hadden, werden gesard door hen langer te laten marcheren of door hen minderwaardig werk te laten doen.

Ongeveer drie weken, nadat Bertus gearresteerd was, werd ook Grietje door de B.S. opgehaald. Zij had nooit iets met de politiek te maken gehad, maar dat mocht haar niet baten. Even leek het erop, dat ook Bertus'ouders weg moesten, maar dank zij de steun van de buren mochten ze blijven om voor de kinderen te zorgen.

De vrouwen werden ook bij Cornelis ondergebracht en enkele dagen later naar een kamp in Zweeloo vervoerd. Hier hadden ze niets te doen en zaten alleen maar opgesloten. Sommige vrouwen, die een grote mond opzetten of zich in de ogen van de bewakers misdroegen, werden gestraft met marsoefeningen. soms ook moesten ze zo lang water uit een pomp op het terrein oppompen, tot ze er bijna bij neervielen. Na een maand gingen ook de vrouwen naar Westerbork.

Bij het vertrek uit Zweeloo ontstond er nog onenigheid, omdat de vrouwen een van hen niet op de vrachtwagen wilden toelaten. Ze mochten haar niet! Tenslotte slaagde ze er toch in achter op de vrachtwagen te klimmen. In Westerbork sliepen de vrouwen dicht op elkaar op strozakken. De hygiëne was beneden peil en veel vrouwen kregen luizen. Daar hielp maar één middel tegen: kaalknippen! Een deel van de vrouwen moest aardappelen "krabben" bij boeren in de omgeving van het kamp. Doordat ze in groepsverband werkten konden ze ook wel eens wat afspreken. Bij boeren, die hen geen koffie gaven, groeven ze met hun handen gaten in de grond en vulden die met aardappelen. Een laagje zand erover en zo werd de boer gestraft voor zijn krenterigheid.

In het kamp was overigens niet alleen plaats voor leed en verdriet. In één barak, waar uitsluitend vrouwen uit het Westen zaten, werd veel gezongen. Na ongeveer vier maanden Westerbork mocht Grietje naar huis. Het viel haar op, dat iemand uit het dorp, waarvan ze bijna zeker wist, dat hij had meegewerkt aan haar arrestatie, erg vriendelijk was. Hij hield haar zelfs staande en maakte een praatje. Ze kreeg eerst nog een tijdje huisarrest.

Bertus werd voor de keus gesteld in Westerbork te blijven of naar Limburg te gaan en daar in de mijnen te gaan werken. Hij koos voor het laatste, want hij verwachtte het daar veel beter te krijgen. Dat was inderdaad zo. Het loskappen van de brokken steenkool in de mijn was wel zwaar, maar de verzorging was heel goed. Bovendien verdiende hij een normaal loon, waarvan hij regelmatig een deel naar huis kon sturen. De familie mocht hem ook af en toe bezoeken. Omdat Bertus een geweer gedragen had, kreeg hij een veel zwaardere straf dan veel andere N.S.B.ers. Hij werd tot vier jaar veroordeeld. Toen hij weer thuis kwam, voelde hij zich ook werkelijk weer thuis. Temidden van zijn buren, die eerste avond allemaal op bezoek kwamen! Zijn bedrijfje kon hij zo weer overnemen.

Tijdens zijn afwezigheid had een door de Plaatselijke Bureauhouder aangewezen dorpsgenoot zijn boerderij beheerd.


Last update: 07-09-2007 by www.herdenking.nl