Ik ben echt geen held.
Gerrit's verzetsgroep hield zich met heel verschillende zaken bezig.



Toen de oorlog uitbrak was Gerrit Rotman veertien jaar.Zijn ouders hadden een manufakturenzaakje in Dalerveen, dat van oudsher bezit van de familie was.Er hoorde ook een P.T.T-agentschap met drie telefoonaansluitingen bij.Vader Rotman was huisschilder, maar er was niet zoveel werk in het dorp om daarvan te kunnen leven.Hij leed aan een longziekte.Ondanks die handicap was hij toch actief bij het verzet betrokken.Jeffrouw Houwing, onderwijzeres aan de openbare school en N.S.B.lid, woonde in de voorkamer en dat maakte het er niet gemakkelijker op.Vader Rotman werd al spoedig verdacht en er volgden huiszoekingen zonder dat er iets gevonden werd.Dokter Christiaans deed een oplossing aan de hand om de kans op overlast te verkleinen.Gerrit's vader werd T.B.C besmet verklaard en er kwam een tentje van het Groene Kruis in de tuin.Dat had een holle vloer en die omstandigheid kwam goed van pas.Er kon van alles onder verborgen worden.De Duitsers hadden last van "smetvrees", dus het tentje bood om verschillende redenen een veilig onderkomen.In november 1942 overleed Gerrit's vader.

Gerrit werd nu, zestien jaar oud, gevraagd zich ook voor het verzet in te spannen.Onder de schuilnaam Hans Hachmeyer, want de verzetsbeweging had inmiddels leergeld betaald.Op die manier zou niemand bij een verhoor Gerrit's echte naam kunnen prijsgeven.Hij kreeg de funktie van hulpbesteller en daarbij een prachtig uniform.Dat was niet gebruikelijk, maar 't moest de Duitsers het idee geven, dat hij belangrijk en betrouwbaar was.Gerrit moest ook de telefooncentrale bedienen.

N.S.B.er Krook, voormalig gemeentearchitect, organiseerde nogal huiszoekingen.Ook via de telefoon en daar kon Gerrit wel eens iets tegen doen.Op een keer luisterde hij een gesprek van Krook hierover af.Nadere berichten zouden na negen uur doorgegeven worden, als de Daler telefoonaansluiting werden overgeschakeld naar de nachtdienst van Coevorden.Er was al wel gezegd, bij wie er huiszoeking zou worden gedaan en deze mensen werden prompt allemaal gewaarschuwd.Die avond kon Krook zijn telefoon niet gebruiken.Heel toevallig was er een draadje in zijn toestel losgeraakt.Dat werd tenminste de volgende morgen door een technicus geconstateerd.Hij zei er maar niet bij, dat Gerrit de schakelaar niet omgezet had.

In café Meppelink in Dalerveen kwam vaak een felle N.S.B.er met propagandapraatjes over de nationaal-socialisten.Hij zette zich enorm in om de Dalerveense jeugd te bewegen lid van de Jeugdstorm te worden.Eens werd hij bij een wervingsbezoek aan een gezin ontvangen door een wat oudere, dove vader."Ach, als alle jongens erbij zijn, dan moeten die van ons ook maar mee".kreeg hij te horen. Maar moeder dacht daar anders over."Om de bliksem niet!D'r oet!", zei ze beslist."Die man is doof en hoort niet half waar het over gaat!".En de jongens werden geen lid.

Maar er waren zoveel anderen, dat er een afdeling in Dalerveen kwam.De jeugdstormers moesten uiteraard ook leren marcheren en dat alleen gaf veel verstolen vermaak.Dat werd nog vergroot door het feit, dat ze nogal wat moeite hadden om de verschillende rangen uit elkaar te houden.

Er was veel verraad in de oorlog en sommige mensen werden speciaal in de gaten gehouden.Dat was bijvoorbeeld het geval met meester Otterman in Wachtum, die voor de oorlog lid van de N.S.B. was geweest en later ook bij het verzet betrokken raakte.Eens zat Gerrit bij hem in de tuin over koetjes en kalfjes te praten.Op een zeker moment zei hij:"Ik hoor geritsel!".Otterman keek verbaasd en antwoordde bezorgd, dat hij maar beter met het verzetswerk kon ophouden, als hij zich dit soort dingen ging verbeelden.Maar Gerrit had wel gelijk.Toen ze gingen kijken, zat er inderdaad een "luistervink" in de sloot bij de tuin.De vogel was snel gevlogen en tijden het nu volgende gesprek verklaarde Otterman, dat het hem erg speet, dat hij eerst zo overtuiged lid van de N.S.B. was geweest."Ik zal alles doen om het weer goed te maken!", beloofde hij.

In het voorjaar van 1943 ging Gerrit voor een verzetsopdracht met de trein naar Zwolle.Toen hij uit wilde stappen, stonden er ineens drie mannen in leren jassen met opgezette kragen om hem heen.Ze namen hem mee naar hotel Gijtenbeek, waar hij aanvankelijk vriendelijk met koffie en een koekje werd ontvangen.Er werden vragen gesteld, maar toen de verwachte antwoorden uitbleven, veranderde de toon.Er werd al eens een stoel hard neergezet en tenslotte eindigde het "met van dik hout zaagt men planken".Gerrit kreeg er behoorlijk van langs.Hij werd geslagen en geschopt.Tenslotte werd hij meegenomen, een keldertrap afgeduwd en alleen gelaten.Merkwaardig genoeg bleek hij niet opgesloten en na een tijdje wandelde hij zo weg.Op zijn hoede, bang dat hij geschaduwd zou worden, ging hij eerst naar Kampen, waar hij uiteraard niets te zoeken had.Toen alsnog naar Zwolle en pas nadat hij zekerheid had niet gevolgd te worden, bezocht hij het huis, waar hij een afspraak had.

Later moest hij opkomen voor de "Arbeitseinatz".In Amersfoort ging hij er vandoor,maar hij werd snel weer opgepakt.Voordat hij als strafmaatregel in het jeugdkamp "De Acherberg" in Rhenen werd geplaatst, maakte hij kennis met de beruchte "rozentuin".Hij werd gedwongen onder een laag geplaatste rij prikkeldraad door te kruipen, terwijl de Duitsers er met geweren overheen schoten.

In Rhenen moest Gerrit burgerauto's overspuiten in legerkleur.Het plan was de jonge gevangenen over te plaatsen naar Brabant, maar de snelle opmars van de geallieerden verhinderde dit.Op een avond werd Gerrit met een aantal andere jongens per vrachtauto naar de trein gebracht.In veewagons geladen gingen ze op weg.Bij Kesteren moest er wegens beschietingen uit de lucht gestopt worden. Later nog een keer om dezelfde reden bij Zwolle.Daar bleven ze en halve dag op een baanvak staan; Gerrit herkende de plaats, waar ze waren, aan de kolenoverslag van de firma Meinen.De treinreis eindigde in Coevorden.Ze werden naar gereedstaande tramwagons aan de Krimweg gedreven en naar een werkkamp in De Krim gebracht.Op Dolle Dinsdag ontvluchtte Gerrit met enkele anderen het kamp.

De bewakers waren helemaal in verwarring en de volgende dag gingen de ontsnapten brutaalweg terug om de overgebleven te bevrijden.Dat gelukte heel gemakkelijk en er vielen nog rake klappen ook. Voor de oppassers!

Gerrit dook onder bij Mans Ramaker aan de Lutter Hoofdwijk in De Krim.De bewakers kwamen weer tot bezinning en geholpen door beruchte kopstukken van het strafkamp Ommen werd er ijverig gespeurd naar de ontsnapte gevangenen.Op een avond werden alle huizen aan een kant van het kanaal onderzocht.Dat ging zo snel, dat de onderduikers bij Ramaker totaal verrast werden.Gelukkig deed de zoon des huizes open, toen er werd aangebelt.Hij was totaal niet van zijn stuk gebracht,ging in de deuropening staan en vroeg verontwaardigd:"Wou je de boel nou al weer op de kop zetten? Ze bent hier net west!".De overvallers reageerden volkomen verbluft:"Dan gaan we gauw naar de volgende" en lieten de woning ongemoeid.

Gerrit vluchtte nu naar Nieuwlande en vandaar naar Schoonoord.Toen ook hier razzia's werden houden, besloot hij weer naar huis te gaan.In het dorp met het grote aantal N.S.B.ers zouden ze hem niet zo gauw gaan zoeken, dacht hij.Hij kreeg gelijk.De kleine gemeenschap was nog zo gesloten, dat niemand er aan dacht hem aan te brengen en zo kon hij zijn verzetsaktiviteiten weer rustig hervatten.

Gedurende een korte tijd werd er munitie gedropt bij het Drostendiep.Daar werd in die tijd nog ijzeroer gegraven, dat met lorries via de rails naar een aan het diepje liggende praam werd gebracht. Aan Van Veen, de opzichter, werd gevraagd ervoor te zorgen, dat het achterste deel van de boot zwaar beladen werd, zodat de boeg omhoog stak.Hierop werd een grote witte V geschilderd, zodat het vliegtuig gemakkelijk de afwerpplaats zou kunnen herkennen.Het V-teken viel helemaal niet op, omdat ook de Duitsers het bij hun propaganda gebruikten.De hierop volgende dropping was een succes, maar het viel niet mee de afgegooide pakken allemaal te vinden.Toen het winter werd en het lage gebied onder water kwam te staan, werden de droppings gestaakt.

Gerrit bracht een deel van de munitie zelf weg.Op een keer was hij met een band patronen in de fietstas onderweg naar Schoonoord, toen hij ingehaald werd door een hem bekende landwachter.Deze vroeg, waar hij heen ging."We hebben al een poos niets van opoe gehoord!", antwoordde Gerrit."Ik ga eens kijken hoe het ermee is!".Omdat de landwachter dezelfde kant op moest,fietste hij "gezellig mee".Toen hij onderweg ook nog een praatje maakte met andere N.S.B.ers maakte, bonkte Gerrit het hart in de keel.Maar alles ging goed.

Gerrit's moeder kwam uit Zuid-Holland en iedereen vond het dus normaal, dat er familie uit het westen bij hen logeerde.Die familie was echter helemaal geen familie, maar een gezin uit Zwolle dat had moeten onderduiken.

't Waren daklozen, werd overal verteld.Gerrit's verzetsgroep hield zich met heel verschillende zaken bezig. Bij een mislukte aktie in Assen, zag hij, dat een jongen van zijn groep op straat werd opgepakt.Een meisje, dat op wacht stond bij een fotozaak, schrok daar zo zichtbaar van, dat ook zij gearresteerd werd.Gerrit heeft nooit meer iets van hen gehoord.

Een andere keer waarschuwde de groep de gereformeerde dominee van Zweeloo, dat hij kans liep tijdens een bepaalde dienst opgepakt te worden.De predikant had de gewoonte elke zondag te bidden voor het Oranjehuis, hoewel dit door de bezetter streng verboden was.En inderdaad, toen de bewuste kerkdienst een aanvang nam, zaten er twee vreemde bezoekers in de kerk.De onderduikers, die anders gewoon ter kerke gingen, waren er deze keer echter niet en dominee "vergat" ook de koningin. De liederen, die gezongen werden, konden de bezoekers niet in de hun verstrekte boekjes vinden en toen ze na afloop vertrokken bleken hun fietsbanden leeg te zijn.Ze bliezen de aftocht en dominee had achteraf reuze plezier.

Na de bevrijding werd Gerrit lid van de B.S.Terugkijkend op de oorlogstijd zegt hij bescheiden: "Ik ben echt geen held!".




Last update: 06-01-2008 by www.herdenking.nl