De distributiedienst
Vaak waren de overvallen "doorgestoken kaart"


Tijdens de bezetting was de invoer van veel buitenlandse artikelen onmogelijk geworden. Bovendien moesten op bevel van de bezetter veel in ons land verbouwde of vervaardige produkten naar Duitsland vervoerd worden. Hierdoor ontstond schaarste en om een zo eerlijk mogelijk verdeling van de resterende hoeveelheden te verkrijgen, werd de distributiedienst ingevoerd. In alle gemeenten werden distributiekantoren ingericht, waar men een bepaald aantal bonnen en punten per gezinslid kon krijgen. Bij betaling van artikelen moesten deze dan weer bij de winkelier worden ingeleverd. Bonnen gebruikte men bij 't kopen van levensmiddelen en rookartikelen; punten waren bestem voor kleding. Het Daler distributiekantoor was eerst gevestigd in het gemeentehuis en later in een lokaal van de openbare school. Bonkaarten en de bijbehorende papieren werden opgeborgen in een kluis. De cassiere bewaarde de sleutel en nam die elke dag in een gezegelde envelop mee naar huis. Eigenlijk was dat in verband met eventuele overvallen een onverantwoorde gang van zaken. Als de drie personeelsleden het kantoor na afloop van de werkzaamheden verlieten, moesten ze eerst hun handen wassen in een ontsmettingsstof tegen epidemische ziekten. Elke Daler ingezetene bezat een stamkaart, waarop bij het halen van nieuwe bonnen en punten een aantekening werd geplaatst. Tegen inlevering van een speciaal bonnetje konden vervangende bonkaarten worden verkregen.

distributiebonnen
Distributiebonnen.


Als gevolg van de steeds meer voorkomende overvallen op distributiekantoren door verzetsorganistaties, werd een kantoorbewaking ingesteld. Dat gebeurde door de plaatselijke politie. Niet alle agenten waren bij het personeel even geliefd. Van een van hen was bekend, dat hij N.S.B.gezind was en de ordebewaarder maakte van zijn positie misbruik door de vrouwelijke personeelsleden lastig te vallen. De buitendienst was eenmaal per aktief, als er nieuwe distributiebescheiden uitgereikt moesten worden in Dalerpeel. De hiermee belaste ploeg bestond meestal uit drie of vier personen, die onder begeleiding van een politieagent per fiets op weg ging. De bonkaarten waren verpakt in een kist met verschillende vakken en deze werd uiteraard ook per fiets vervoerd. Ook het Daler kantoor werd een door het verzet benaderd om er een overval te plegen. Vaak waren deze overvallen "doorgestoken kaart". De personeelsleden waren dan van te voren op de hoogte gesteld en werden na afloop vastgebonden en achtergelaten. Hierdoor leek het, alsof ze zich tegen de "rovers" verzet hadden! De distributieleidster, mevrouw Lubbers-Scheltens, wilde echter niet meewerken aan een afgesproken overval, wat niet wegnam, dat met haar medeweten heel veel bonnen naar onderduikadressen verdwenen. Dankzij de aktiviteiten van haar plaatsvervanger Jan Otterman en cassiere Lien Caspers!


Last update: 20-10-2007 by www.herdenking.nl