Om het dagelijks brood.
Om de oven te verhitten werden takkenbossen,lange witte turf of gasolie gebruikt



Direkt na de de lagere school kwam Roelof Hidding als leerling in de bakkerij van zijn oud-oom Gerrit Naber aan de Hoofdstraat.De verkocht behalve brood, koek en beschuit ook kruidenierswaren, snoep en tabak.Roelof was nogal klein van stuk en moest de eerste tijd op een stoof staan om in de oven te kunnen kijken.'s Morgens werkte hij in de bakkerij en 's middags ging hij venten bij de klanten buiten het dorp. Op donderdag en zaterdag was hij altijd in de Mars en op woensdag steeds op de Eldijk.

Op 10 mei 1940 zag hij de Duitse ruiters vanaf de Oude Dalerveensestraat en de Hoofdstraat Dalen binnen trekken.De kastanjebomen, waaraan het dorp toen ook al zo rijk was, stonden in volle bloei.

Nog diezelfde dag kwamen er Duitse militairen in de winkel en kochten van alles,vooral thee en koffie.Kort na de bezetting trad de distributiedienst in werking.Alle etenswaren werden schaars en alleen tegen inlevering van bonnen waren ze nog te verkrijgen.De winkelier moest de ontvangen bonnen op vellen plakken en inleveren bij het distributiekantoor.Hij kreeg hiervoor weer andere bonnen terug, waarmee hij inkopen kon doen bij de groothandel.Als er tenminste iets te kopen viel!

Zodra er weer nieuwe bonnen waren, fietste Roelof met zijn transportfiets naar Coevorden om te proberen bij de Coevorder Handelscentrale artikelen voor de klanten te verkrijgen.Een transportfiets was extra zwaar gebouwd, had brede banden en er was een bagagedrager boven op het voorwiel gemonteerd, waarop een grote mand werd gezet.Lukte het niet om in Coevorden inkopten te doen,dan fietste hij naar Hoogeveen om het daar te proberen.Telefoon was er niet, dus je moest maar op goed geluk een poging wagen.Zo ging Roelof eens drie dagen achtereen naar Hoogeveen om een vaatje stroop te bemachtigen. Er werd geen moeite gespaard om wat voor de klanten te doen en... als de bakker niets te verkopen had, verdiende hij ook niets.

Eens ontmoette Roelof in Hoogeveen een vrachtrijder uit Coevorden, die met een met twee paarden bespannen wagen varkens naar de slachterij had gebracht.Roelof had wat handelswaar op de kop getikt en wilde die bij het station aan de vrachtrijder meegeven.Dan had hij het wat gemakkelijker.Plotseling gierden er een paar Engelse jachtvliegtuigen over het station als waarschuwing voor de hier aanwezige mensen.

Even later kwamen ze terug en beschoten een bij de remise staande goederentrein.Iedereen lag inmiddels tegen de muren van het station of had ergens anders dekking gevonden.Zonder persoonlijke ongelukken veroorzaakt te hebben, verdwenen de vliegtuigen en het leven ging gewoon weer verder.Alsof er niet gebeurd was! Een mens kan onder moeilijke omstandigheden leren leven, zelfs als zijn bestaan aan een zijden draad hangt.

Gist is onmisbaar bij het bakken en ook deze grondstof was schaars of ontbrak soms geheel.De bakker maakte dan met behulp van zuur deeg een vervangingsmiddel,zodat het brood toch kon rijzen.

In de hongerwinter 1944-1945 fietste Roelof eens samen met Tien Kalkdijk naar Emmen om te proberen pakjes pudding te bemachtigen.Op de Eldijk stak een sneeuwstorm op, maar ze reden door.In het Noordbargerbos stonden twee postboden met een driewielerbakfiets.Ze kwamen uit het westen en moesten post naar Ter Apel brengen, vanwaar ze dan weer etenswaren wilden meenemen.Door de sneeuw konden ze echter niet verder.

Roelof en Tiens waarschuwden iemand in Emmen, die op het postkantoor werkte en deze zorgde ervoor, dat de driewieler verder kon. De zware reis was voor Roelof en Tiens niet tevergeefs geweest, want ze kwamen in Dalen terug met elk vijfenzeventig pakjes pudding zonder suiker.Bij de aardappelmeelfabriek in de Krim kon "Crackfree" stijfsel gehaald wroden.Als Roelof daar een enkele keer veertig pakjes kon kopen, voelde hij zich rijk en gelukkig.Weer zou hij een aantal klanten een plezier kunnen doen. Maar het was wel een zwaar leven.'s Morgens bakken,'s Middags venten en ook nog proberen in Coevorden,Hoogeveen of elders handelswaar te krijgen! Omdat verschillende produkten tenslotte helemaal niet meer aanwezig waren,werden er geen koekjes meer gebakken. Met veel fantasie en bakkerskunst soms nog wel eens een taart.

Om de oven te verhitten werden takkenbossen,lange witte turf of gasolie gebruikt.Laatstgenoemde brandstof was op toewijzig verkrijgbaar en op het gebruik ervan werd controle uitgeoefend.Eens werden Roelof en zijn collega-bakker Lukas Schoe bekeurd,omdat ze teveel olie gebruikt hadden en ze moesten in Assen voor de rechter verschijnen. Lukas stapte goed voorbereid en met een tas vol bewijsstukken in de tram.Dat hielp echter niets, want hij kreeg helemaal geen gelegenheid zijn verweer te voeren.Beide bakkers gingen met een boete van hondervijftig gulden terug naar Dalen.

De Daler boeren verkochten een deel van hun rogge aan de plaatselijke molenaars, die hun meel weer aan de Daler bakkers leverden.Die op hun beurt bakten er broden van, die hoofdzakelijk naar de dorpsgenoten gingen.Zo verzorgde Dalen zich voor een groot deel zelf.Hoe langer de bezetting duurde, des te schaarser werden de gebruiksartikelen en voedingsmiddelen.Vaak werden surrogaten vervaardigd, artikelen, die op de oorspronkelijke leken, maar veel slechter van kwaliteit waren.Ook deze surrogaten waren vaak op de bon.Omdat bakkers voor het bezoeken van klanten veel moesten fietsen, konden ze aan het eind van de oorlog een toewijzing van surrogaat-fietsbanden krijgen.

Vooral in de winter gaf de bediening van de klanten buiten het dorp veel problemen.Bijna alle buitenwegen waren nog zandwegen en veranderden bij slecht weer vaak in modderpaden.Bij zware sneeuwval was dat nog erger. Maar naast het zware werk was er ook wel tijd voor prettige dingen.Op zondagavond bijvoorbeeld mocht er uitgegaan worden. Dan kreeg Roelof de fiets van zijn oom mee om in Emmen "naar de meid" te gaan.Naar Hilly Naber, met wie hij in 1946 zou trouwen.

Kort voor de bevrijding, toen de Canadezen de Eendrachtwijk in Coevorden al bereikt hadden,gingen Roelof en Tiens Kalkdijk vroeg in de morgen naar Kooiker aan de Van Heutszsingel.Ze wilden proberen daar gist te krijgen.Op het Stationsplein aangekomen,leek de stad wel uitgestorven te zijn.Er was niemand te zien.Bij Kooiker werd eerst niet open gedaan, maar na herhaald bellen kwam hij toch tevoorschijn.De familie had zich in de kelder in veiligheid gebracht.De beide bakkers volgden hun leverancier maar, de kelder in.Er gebeurde echter niets en ze besloten weer terug te wandelen. Kooiker bleek nog een klein beetje gist te hebben en daar kregen ze elk een stukje van mee.

Weer op het Stationsplein aangekomen, zagen ze daar een stel Duitse militairen, die met fiets en kruiwagens vol bezittingen op de vlucht waren.Tiens en Roelof sloten zich bij hen aan en deden hen op deze manier, met de verkregen gist in een rode zakdoek, uitgeleide.Tot Dalen, wel te verstaan!



Last update: 13-12-2007 by www.herdenking.nl