Arend en Antje.
Arend bezorgde ook hier en daar illegale krantjes..



Arend Berends en Antje Rekkers trouwden in 1938 en gingen wonen in Dalerveen, waar zij een boerderijtje huurden.Antje kwam uit Gees en Arend, geboren in Mantinge, was daar boerenknecht geweest en zo hadden ze elkaar leren kennen.

In Dalerveen had het jonge gezin het best naar zijn zin.Ze konden allebei goed met mensen omgaan en dus waren de verhoudingen erg prettig.Dat veranderde wel iets, toen ze bemerkten, dat veel plaatsgenoten aktieve N.S.B.ers waren.Arend en Antje zaten soms in een moeilijk parket, omdat zij niets met het nationaal-socialisme te maken wilden hebben.Hun buurman van wie zij ook nog hun boerderijtje pachtten, was een van de felste N.S.B.ers.Als pachter tegenover eigenaar en als buurman was het echter wel raadzaam een goede verstandhouding te bewaren en dat probeerden ze ook wel. In politiek opzicht bleven ze echter tegenstanders en dus moesten Arend en Antje voortdurend schipperen en voorzichtig zijn.

Tijdens de bezetting werden bijna alle artikelen en in de eerste plaats etenswaren en kleren gerantsoeneerd, waarvoor bonnen werden afgegeven.Bij ontvangst van deze bonnen op het distributie- kantoor werd elke keer een aantekening op de stamkaart gemaakt. Dit was een identiteitskaart, voorzien van een pasfoto en een vingerafdruk van de houder.

Ook vlees was uiteraard op de bon en allen tegen inlevering van een bepaald aantal bonnen kon dit bij de slager gekocht worden.Boeren konden bij de Plaatselijke Bureauhouder (de P.B.H.) vergunning vragen voor een huisslachtting.Afhankelijk van de grootte van het gezin werd het toegestane gewicht van de te slachten dieren per jaar bepaald.Evenals op bijna alle overheidsmaatregelen en voorschriften werd ook op de huisslachting controle uitgeoefend. De P.B.H. zocht hiervoor een controleur.Arend solliciteerde en kreeg deze functie.Het eraan verbonden salaris kon hij best gebruiken en de ervoor benodigde tijd kon hij op zijn boerderijtje wel vrijmaken.Hij begon blijmoedig en vol verwachting aan zijn nieuwe taak en nam zich voor zijn werk zo goed mogelijk te doen.

't Bleek echter moeilijker, dan hij gedacht had.Eigenlijk begonnen bij het wegen van het eerste varken bij een boer de problemen al.Het gewicht bepalen met behulp van een bascule leverde geen moeilijkheden op, maar wat te doen als het geslachte dier zwaarder bleek te zijn dat het gezins rantsoen toeliet? De toegewezen vleesbonnen (ongeveer vijfentwintig kilo per persoon) waren niet van die omvang, dat het boerengezin ruim in het slachtvlees kwam te zitten.Bovendien was een boer van oudsher gewend dagelijks een flinke portie naar binnen te werken; meer dan een burger en die had aan de bonnen eigenlijk al te weinig.Daarbij kwam ook nog dat de boer "zelf verbouwde" en daar hield het Bureau voor de Voedselvoorziening al helemaal geen rekening mee.

Arend zette het probleem vrij gauw van zich af.Hij haatte de Duitsers en hij gunde zijn Nederlandse medeburgers graag een extra stukje vlees.Dus past hij het gewicht van de geslachte dieren meestal royaal aan bij de hoeveelheid toegewezen bonnen per gezin.Tot grote voldoening van de boeren.Vaak woog het eerste varken nog niet zwaar genoeg en men wilde graag een nog lager gewicht op papier vermeld zien.Dan kon een tweede slacht plaatsvinden met de mogelijkheid flink wat overgewicht te verkrijgen.Dit teveel aan vlees werd lang niet altijd door het gezin gebruikt en vaak aangewend als ruilmiddel bij het kopen van schaarse artikelen als kleding en andere dringende benodigdheden.Tegen betaling met uitsluitend geld was er op de duur immers niet veel meer te verkrijgen.

Arend's manier van wegen werkte tot volle tevredenheid van alle betrokkenen, todat hij zelf werd gecontroleerd.De Groenen hadden zich inmiddels gevestigd in de villa "De Vondel" in de Bente! Ze hadden een controlerende taak en zo kreeg Arend Berends ook met hen te maken.De Groenen constateerden bij hun bezoeken aan verschillende boeren, dat het gewicht op de door Arend opgestelde briefjes niet klopte met de werkelijkheid.Arend hoorde hiervan en uit angst opgepakt te worden, overnachtte hij nogals eens bij een goede kennis in Dalerveen.Toch kon hij uit de handen van de Groenen blijven.Vaak was het namelijk zo, dat de controlerende Duitsers zich bij gebleken overgewicht tevreden stelden met een deel daarvan.Zij moesten ook leven en de boeren wilden het uit zelfbehoud wel op een akkoordje gooien, ook al was het met de vijand.

Als vooruitstrevende boer had Arend zich de kennis van het aardappelen selekteren eigen gemaakt.De uitgezochte aardappelen mochten weer benut worden als pootgoed en dat bracht meer geld in het laatje dan dat ze gebruikt werden als fabrieks- of consumptieaardappelen.Arend deed dit selekteren niet alleen voorzichzelf, maar ook voor aardappelhandelaar Bartels uit Coevorden en dan uiteraard tegen betaling.Op een zekere dag vroeg zijn N.S.B.buurman of hij ook voor hem wilde selekteren.

Natuurlijk wilde hij dit niet weigeren, maar nu moet hij zijn werk bij Bartels opzeggen, omdat hem daarvoor de tijd ontbreken zou.Zo gebeurde het.Buurman's perceel aardappelen werden goedgekeurd door de goede zorgen van Arend.Maar toen deze loon naar werken vroeg, omdat hij die inkomsten bij Bartels had laten lopen, kreeg hij nu op request.De rekening is in geld nooit vereffend; echter na de bevrijding wel op een andere manier.Arend bezorgde ook hier en daar illegale krantjes.Dat ging zo geheimzinnig, dat hij niet eens wist, wie zij bij hem bracht en waar ze gedrukt werden.

Op een dag hoorde de familie Berends een eigenaardig geluid boven de boerderij.In die tijd was men wel gewend aan overkomende vliegtuigen, maar dit geluid was anders.Buitengekomen zagen ze vijf parachutisten in de lucht hangen, die langzaam daalden.Ze kwamen vlak in de buurt neer.Onmiddellijk kwamen er Dalerveners uit de omgeving in aktie, gedreven door nieuwsgierigheid en de wil om te helpen.Bij de parachutisten aangekomen bleken het geallieerde vliegers te zijn.Nog maar nauwelijks hadden ze enkele pogingen tot een gesprek aangewend of uit de richting van Den Hool kwam een stel gewapende en geüniformeerde N.S.B.ers aan, dat zich over de vliegers wilde ontfermen.Er ontstond een heftige woordenwisseling, want de Dalerveners vonden, dat zij de eerste rechten hadden.De N.S.B.ers waren echter gewapend en wonnen dus het pleit.De parachutisten werden naar de boerderij van een N.S.B.er gebracht, die achter de schermen heel aktief was, maar als puntje bij paaltje kwam, niet thuis gaf.Nu dus wel!

Inmiddels was de tijding van de landing van de parachutisten als een lopend vuurtje door Dalerveen en ook door Dalen gegaan.Hans Brakel, werkzaam op het kantoor van de P.B.H., aktief in het verzet, spoedde zich naar de boerderij om te zien of hij nog wat voor de onfortuinlijke vliegers kon doen. Ter plaatse aangekomen ontdekte hij al gauw, dat de conversatie tussen de zwarthemden en hun gevangen niet vlot verliep, omdat ze elkaar totaal niet konden verstaan.Hans sprak Engels en maakte de vliegers al gauw duidelijk dat ze in verkeerde handen waren gevallen.na een kort gesprek, waarvan de N.S.B.ers niets begrepen, maakte hij aanstalten met de piloten te vertrekken.Dat werd natuurlijk niet toegestaan en voor de tweede keer ontstond een woordenwisseling over het "bezit" van de vreemdelingen.De inmiddels ook verschenen politie mengde zich in de discussie en het eind van het liedje was, dat twee parachutisten door de politie naar Nieuw-Amsterdam werden gebracht en drie naar Dalen.Wat er van hen geworden is, is in Dalerveen nooit bekend geworden.

Botermaker Lanjouw, die bij de zuivelfabriek in Dalerveen werkte, verkocht als hij de kans schoon zag, wel eens illegaal boter.Op een dag gaf hij Antje een seintje, dat hij weer wat te koop had.Ze ging naar de fabriek en verliet het gebouw door de achterdeur.Daar werd ze opgewacht door een paar landwachters uit Dalerveen, die haar pas verworven boter opeisten.Antje dacht er echter niet aan haar plaatsgenoten hun zin te geven en beet hen toe, dat ze zelf maar boter moesten kopen, als ze aan hun rantsoen niet genoeg hadden.En ze liep onvervaard naar huis, met haar boter.

Met hun sympathiebetuigingen aan het adres van de Duitsers gingen sommige Dalerveense N.S.B.ers zover, dat ze de klompen van hun schoolgaande kinderen met hakenkruisen versierden.Meester Beumkes was hiervan niet gediend en verbood de kinderen de toegang tot de school.Er kwam nogal wat herrie van en uiteindelijk moest hij het verbod opheffen en de "hakenkruisleerlingen" als nog toelaten.

Door het grote aantal N.S.B.ers in Dalerveen (het dorp werd niet voor niets Klein Berlijn genoemd) was het voor hen niet moeilijk zich overal in te dringen.Bij bestuursverkiezingen op ledenvergaderingen werden periodiek aftredende bestuursleden dan ook steeds vervangen door N.S.B.ers.

Na de bevrijding haalde Arend Berends zijn buurman persoonlijk van huis op om hem over te dragen an de B.S.Hij werd naar Westerbork gebracht en Arend werd bedrijfsleider op zijn boerderij.Zo werd de nog steeds openstaande rekening vereffend.Toen buurman zijn straf had uitgezeten en weer thuis kwam, stelde hij Arend voor het verleden maar te vergeten.Buiten de politiek hadden ze het immers altijd goed met elkaar kunnen vinden.Arend en Antje namen de uitgestoken hand aan en zo werden ze weer, wat ze ook voor de oorlog waren.Goede buren!




Last update: 06-01-2008 by www.herdenking.nl