In en om het Oranjehuis.
De varkensschuur werd ingericht als gaarkeuken.

Aan de Oude Dalerveensestraat nummer 3 staat thans nog het landhuis, dat na de bevrijding door de B.S (Binnenlandse Strijdkrachten) gevorderd werd.Het gebied, dat nu de Weiert heet, behoorde ook bij dit huis.Het stond vol met appel- en perebomen en er waren twee kippenhokken en een grote varkensschuur. De B.S nam het huis in beslag, omdat de eigenaar/bewoner zich als felle N.S.B.er had doen kennen.Toen men hem al in een vroeg stadium had willen arresteren, was hij niet thuis.Wel echter zijn hoog bejaarde vrouw, die gehandicapt was. Zij werd al spoedig naar familie overgebracht. Haar man bleek zich te hebben verborgen in de varkensschuur. Hij werd onmiddellijk na ontdekking gearresteerd.De woning werd nu in gebruik genomen als hoofdkwartier van de B.S en omgedoopt tot "Oranjehuis".

Ongeveer twee dagen voor de bevrijding was vooral aan oud-militairen en jongemannen gevraagd om mee te helpen bij het handhaven van orde en vrede en om arrestaties te verrichten.Dit gebeurde op vrijwillige basis en al men toestemde, werd men ingelijfd bij de Binnenlandse Strijdkrachten met als standplaats Dalen.

Als commandant werd gevraagd de heer W.Bloem, die helaas tot op nu toe onverklaarbare wijze op de morgen van bevrijding dood aan een tafel in het gemeentehuis werd aangetroffen.Hij had een kogel in zijn hoofd.

Aanvankelijk werd gedacht, dat een N.S.B.er de dader was en in Coevorden werd zelfs een gevangen genomen nationaal-socialist van moord verdacht.De beschuldiging bleek echter onhoudbaar.Een tijdens de oorlog in Dalen neergestreken Italiaanse kleermaker, die zich Rico Brando noemde, werd enkele dagen na de bevrijding door het landelijk Militair Gezag gearresteerd.Men heeft daarna nooit meer iets van hem vernomen en al gauw werden vermoedens uitgesproken, dat hij de moordenaar geweest zou zijn. Misschien was hij een dubbelagent, die zowel voor de Duitsers als voor de Geallieerden gewerkt had! Dan zou dat de reden geweest kunnen zijn, dat de "zaak Wilco Bloem" nooit opgelost is.De veronderstelling, dat Bloem zelf een eind aan zijn leven gemaakt zou hebben, wordt door Dalers, die hem kenden, volstrekt van de hand gewezen.

In plaats van Bloem werd benoemd de plaatsvervangende commandant, de H.Kruimink. Aan hem werden toegevoegd de heren J.van Delden, hoofd van de openbare school in Dalen en J.Blaauw, agent van politie, die de rang kreeg van P.O.D. (hoofd politieke opsporingsdienst, alleen voor Dalen).Laatst genoemde moest zich gaan bezighouden met de verhoren van gevangenen. Samen werd, met nog enkele ingewijden, overleg gepleegd over de personen, die gearresteerd moesten worden.

Op de tweede dag na de bevrijding, op 11 april, begon men met de voorbereidingen.In de voorkamer van het Oranjehuis werd de staf van de B.S geÔnstalleerd. De varkensschuur werd ingericht als gaarkeuken. Voor zover ze voorhanden waren, werden wapens uitgereikt. Dat waren oude jachtgeweren en ander wapentuig, dat tijdens de bezetting niet was ingeleverd, zoals revolver en pistolen.Vaak zonder bijbehorende munitie. De wapens werden afgegeven aan hen, die N.S.B.ers moesten arresteren en die op wacht stonden.

Iedere B.S.er kreeg een oranje armband uitgereikt met de letters B.S. De grote zaal van hotel "Cornelis" werd gevorderd en tevens een huis in De Bente en een in de Noordwijk. Deze huizen waren van N.S.B.ers en zouden gebruikt worden om arrestanten te huisvesten.De grote zaal diende eveneens als opvangplaats. Tijdens de nu volgende dagen begon men met het gevangen nemen van de van samenwerking Duitsers verdachte personen.In het dorp Dalen zelf ging dat meestal te voet, doch voor het ophalen van gevangenen uit de omringende plaatsen gebruikte men een gevorderde auto van een van de garagehouders.

Na arrestatie werden de verdachten eerst naar het Oranjehuis gebracht voor een korte ondervraging. Vervolgens werden ze "ingeleverd" bij een van de gevorderde huizen of bij Cornelis. Er kwamen nogal wat klachten binnen over de arrestaties. De mensen, die een geweer hadden gelopen of die een functie bij de N.S.B. of bij de landstand hadden bekleed, waren wel bekend.Dat gaf dus geen problemen.Maar er kwamen ook aangiftes van lieden, die niet al te best met de buren overweg konden of die de een of andere vete met iemand hadden.Dan werd er al gauw gezegd:"Ik geloof, dat die en die ook niet zuiver op de graad waren!".Prompt volgde dan een arrestatiebevel.Bleek er echt helemaal niets aan de hand te zijn, dan kreeg zo iemand toch nog vaak huisarrest voor onbepaalde tijd.

De leiding van de B.S., ook nog verbitterd door de plotselinge dood van Bloem, trad onverbiddelijk op. Mensen, tegen wie maar de geringste verdenking bestond, werden gearresteerd en al heel snel daarna verhoord.In de als keuken ingerichte varkensschuur werden levensmiddelen gebruikt uit de in beslaggenomen voorraden, die in de verlaten boerderijen van de gevangenen aangetroffen.N.S.B.vrouwen werden belast met het schoonhouden van de gebouwen en tot groot vermaak van nieuwsgierige omstanders werden ze af en toe met veel machtsvertoon aan het werk gezet.Met eindeloos mattenkloppen bijvoorbeeld!'t Was niet bepaald een verheffend gezicht en achteraf een beschamende gang van zaken, die echter alles te maken had met vijf jaar vernedering en onderdrukking.

Tenslotte waren zoveel mensen gevangen genomen, dat de drie lokaties, waar ze opgesloten zaten, overvol raakten.Na ongeveer een week werd er al door de brandweer op aangedrongen de gebouwen vanwege mogelijk brandgevaar zo snel mogelijk te ontlasten.Via het Militair Gezag kwam toen het bevel om de gearresteerden zo snel mogelijk over te brengen naar het jeugdkamp in Zweeloo, waarna ze naar hun uiteindelijke bestemming, kamp Westerbork, gebracht zouden worden.

Het gevolg was, dat alle N.S.B.ers, ook de lichtere gevallen en ook diegenen, die ten onrechte opgepakt waren, vertrokken.Dit had niet mogen gebeuren, want eenmaal in Westerbork werden allen officieel als politieke gevangenen beschouwd en onderworpen aan de procedure om voor het tribunaal te verschijnen.

Elke dag ging politieagent Blauw met nog twee andere B.S.ers naar Westerbork om verhoren af te nemen. Eerst werden zo veel mogelijk de lichtere gevallen ondervraagd en voorgeleid.Meestal werden ze dan direkt vrijgelaten, maar men had dan al twee of drie maanden onschuldig vastgezeten.

Het tribunaal was gevestigd in het Parkhotel in Assen, waar jonkheer De Ranitz als opperrechter de scepter zwaaide.Natuurlijk hadden ook de lichter gevallen een advocaat nodig, die ze zelf moesten betalen.Zo werd in naam van het recht onrecht gedaan en het spreekt voor zich, dat verscheidene vals beschuldigden verbitterd weer thuiskwamen.Om dan vaak ook nog te ontdekken, dat sommige B.S.ers zich tijden hun afwezigheid buiten gegaan waren aan het meenemen van waardevolle voorwerpen uit hun huizen. Dubbel onrecht dus, bedreven door zogenaamde goede vaderlanders met een oranje band om de arm!

De zwaardere gavallen, de terecht beschuldigden, werden veroordeeld tot straffen variŽrend van drie tot drieŽnhalf jaar gevangenis.Vaak werd hun het aanbod gedaan te gaan werken in kolenmijnen in Limburg om zo een bijdrage te leveren aan de opbouw van de economie.De meesten gingen hier graag op in, want men kreeg daar goed te eten en er werden uitstekende lonen betaald.Maar 't was natuurlijk wel dwangarbeid.

Na het vertrek van de gearresteerden werden de gevorderde huizen en de zaal van Cornelis weer vrijgegeven. Het Oranjehuis werd ongeveer een half jaar na de bevrijding, na de opheffing van de B.S., weer een normale woning.De taak van de Binnenlandse Strijdkrachten was ten einde.Er was recht gedaan, ongetwijfeld! Helaas echter vielen ook onschuldige mensen ten offer aan willekeur en roofzucht en de verontwaardiging hierover heeft helaas nog tientalle jaren sporen nagelaten in de Dalergemeenschap.

Ook terecht, ongetwijfeld.


Last update: 24-02-2008 by www.herdenking.nl