Zij waagden hun leven.
Het was spertijd en niemand mocht zonder vergunning buiten komen.

In 1941 vertrok de zestienjarige Geert ter Stege naar Smilde om daar te gaan werken als bakkersknecht. Hij woonde er bij zijn baas in en had het goed naar zijn zin.In december 1943 kwam er een oproep voor de arbeidsdienst, waarin stond dat hij zich op 5 januari in Grave moest melden.

Geert voelde daar niets voor en dus ging hij op de aangegeven datum niet naar Grave, maar naar huis, naar zijn ouders in Coevorden.Hier was hij veilig, dacht hij.Hij stond immers ingeschreven in Smilde! Veertien dagen later bracht hij op een avond een meisje, dat bij dokter Christiaans diende, naar huis. Terugkerend werd hij op de Looweg aangehouden door Jan Overbeek, de Daler politieagent, die zijn persoonsbewijs inzag.Geert kreeg de wind van voren!Het was spertijd en niemand mocht zonder vergunning buiten komen, maar dat was niet het ergste."Stomme vent!", zei Jan Overbeek,"Je bent achttien jaar en in de gevaarlijke leeftijd.Als mijn collega erbij geweest was, had ik je mee moeten nemen.Zorg maar gauw dat je thuis komt!".Geert maakte zich dankbaar uit de voeten en begreep, dat hij niet langer thuis ondergedoken kon blijven.

Via de Coevorder illegale werker Eichner kwam hij op de boerderij van de familie Hartemink op de Hoge Haar terecht.Hier werd hij volledig in het gezin opgenomen.Er waren ook drie kinderen uit Rotterdam ondergebracht.Vader en moeder Hartemink hadden nog drie zoons, Bernhard, Gert en Johan en drie dochters, Dina, Sientje en Trui thuis.De oudste zoon, Albert, was getrouwd en woonde op een boerderij in Dalerpeel.

Vader Hartemink was het type van een echt gereformeerde bestuurder, die veel tijd besteedde aan kerkelijke en algemeen-christelijke verenigingen en organisaties.Het grootste deel van het boerenwerk kwam daardoor op de schouders van de beide volwassen zoons Bernhard en Gert terecht.

Het gezinsleven kenmerkte zich door een zeer godsdienstige en teven gezellige sfeer.Als het gezin van twaalf personen en soms ook nog enkele "etenhalers" 's avonds aan tafel zat, werd er eerst uit de bijbel gelezen en gebeden.Na de maaltijd werd een psalm gezongen, die door de gezinsleden beurtelings werd opgegeven en dan volgde het dankgebed.Heel vaak zong men daarna bij het orgel geestelijke liederen en er werden allerlei gezelschapsspelletjes gedaan.Etenhalers gingen bij de Hartemink's nooit met lege handen weg.Vooral Bernhard was gul."Hoeveel wil je dan hebben?", vroeg hij steevast, als hij weer met een stel westerlingen bij de roggebak stond."Ik doe niet anders dan tien kilo tegelijk!".Tien kilo, dat was een geweldige hoeveelheid."Maar mijnheer, wij hebben niet zoveel geld!" was dan vaak de verbaasde reaktie en dan zei Bernhard:"U krijgt tien kilo en ik wil er elf cent per kilo voor hebben.De regeringsprijs is 10 cent en ik wil een cent voor 't wegen!". En vervolgens vertrokken de bezoekers dol gelukkig met tien kilo voor een spotprijsje, want er waren nogal wat boeren, die veel en veel meer vroegen.Sommige etenhalers kwamen zo regelmatig, dat ze bekenden werden en soms bleven slapen.

Dat Bernhard, samen met zijn broer Albert, lid van de verzetsgroep Coevorden, hield hij angstvallig voor zich.Zelfs zijn vader en moeder wisten daar niets van.Ook het feit, dat wapens van de groep onder een persbult achter de boerderij verborgen waren, was aan niemand bekend.Bernhard had ze onder een vracht aardappelen naar de Hoge Haar vervoerd en een gedeelte ervan bij Albert ondergebracht. Alles in het diepste geheim.Het enige, dat Geert wel eens opviel, das het regelmatige bezoek van Piet Tijsma, die later de commandant van de groep bleek te zijn.Bernhard en Piet trokken zich tijdens zo'n bezoek altijd terug in een geheimzinnig onderonsje.

Op woensdagmorgen 11 januari 1945 om vijf uur wordt er bij de Hartemink's plotseling hard op de deur gebonsd.Het sneeuwt en 't is bitter koud."Licht aan en open maken!", wordt er geschreeuwd.Dat duurt even, want er is nog geen elektrisch licht op de boerderij.Als tenslotte licht is en de deur wordt opengedaan staan er Duitsers, N.S.K.K.ers, Nederlandse S.S. ers en W.A mannen voor de deur. Ze stormen naar binnen.

Geert, die altijd bij Gert op de kamer slaapt, maar nu omdat de bevriende etenhalers Opa de Haan en Nel op de boerderij overnachten naar het hooi boven de koeien verbannen is, wordt ruw uit zijn slaap opgeschrikt.Een Nederlandse W.A.man, afkomstig uit Dalen, schijnt hem met een zaklantaarn in het gezicht en roept:"D'r uit!Opstaan!".Geert denkend dat het Gert is, antwoord slaperig:"Heb je 't melken dan al daan?", waarop de stem van zijn belager zegt:"Word maar es goed wakker!".

Dat wordt Geert snel, want hij ziet nu een revolver op zich gericht."Oh, is 't zo laat!", reageert hij, zich dwingend om kalm te blijven.Hij slaat de dekens opzij, trekt op zijn gemak zijn broek en zijn hemd aan en loopt naar de ladder.De W.A.man, geŽrgerd door Geert's getalm, gooit hem de ladder af, als hij twee sporten gedaald is."Dat gaat vlugger!", schreeuwt hij en Geert strompelt met een verzwikte voet de woonkamer in.

Daar staan de gezinsleden, de drie kinderen en de beide etenhalers in een grote boog bijeen, Bernhard met de handen omhoog.Gert ontbreekt.Er heerst een doodse stilte.Als Geert zich zijdelings bukt om op de klok te kijken hoe laat het is, krijgt hij een klap met een Duitse steelhandgranaat op zijn hoofd. " 't Is laat genoeg voor jou!", dreigt de achter hem staande Nederlandse S.Se.er onheilspellend. Bernhard wordt meegenomen voor verhoor in de andere kamer.Als hij terugkomt, ziet hij er verschrikkelijk uit; het bloed sijpelt over zijn gezicht.Maar hij geeft geen kik.Hij moet met de handen omhoog blijven staan en als hij ze maar iets laat zakken, krijgt hij een stomp of een trap.

Een voor een moeten de volwassenen naar de verhoorkamer.Als Geert er binnen komt, ziet hij een Duitse officier met een tolk zitten.Achter hem posteert zich een S.S.er."Heb je je maat gezien?Wil je dat jou hetzelfde overkomt?", wordt hem gevraagd."Liever niet!", antwoord Geert."Er overkomt je niks,als je de waarheid zegt", vervolgt de officier en hij vraagt in een adem door"Waar zijn de wapens?". Gelukkig naar waarheid kan Geert antwoorden:"Ik weet het niet!".Een klap op zijn hoofd met een handgranaat is het gevolg.Geert wordt woedend."Dat is geen afspraak!", schreeuwt hij."Je spreekt de waarheid niet!", bast de Duitser."Ik spreek de waarheid wel!", verklaart Geert, nu plotseling kalm.Stilte."Waar is je Ausweis?", wil de officier weten."Dat heb ik boven", is het snel gegeven antwoord.Vragen over Bernhard en weer over de wapens volgen.Geert weet van niets, maar hij begrijpt nu, dat het de Duitsers alleen hierom te doen is.

Er moet verraad in het spel zijn, dat is wel duidelijk.Hij wordt niet meer geslagen.

Teruggekeerd in de kamer staan daar nog steeds de anderen.Bernhard nog altijd met de handen omhoog. Gert is er nog steeds niet en in de boerderij wordt overal naar hem gezocht.De koeien beginnen te loeien en Trui en Geert krijgen toestemming om ze te gaan melken.Ook de kinderen mogen de kamer uit. De S.S.er, die in de stal op wacht staat, wordt naar binnen geroepen.Jan, een van de evacueetjes, loopt op de deel en plotseling is Gert er.Hij is vanuit zijn slaapkamer naar de roggezolder gevlucht en laat zich nu naar beneden glijden.Hij vraagt fluisterend:"Bent ze weg?".Jan fluistert:"Nee" en Geert zegt: "Haal mijn klompen uit de keuken!".Jan loopt weg en komt direkt klossend op de veel te grote klompen terug.Geert trekt ze aan en daar gaat hij, door de staldeur naar buiten, de sneeuwjacht in.Niemand merkt hem op en de neerdwarrelende sneeuw wist snel zijn sporen uit.Gert is ontsnapt!

Even later komen enkele S.S.ers met een mitrailleur de deel op.Geert moet laten zien, waar hij geslapen heeft en de S.S.ers jagen enkele salvo's dwars door het dak."Als je er niet uitkomt, schieten we de hele boel in brand!", brullen ze.Het lawaai van de schoten en de brekende dakpannen is angstaanjagend, maar er gebeurd natuurlijk niets.Alleen de koeien zijn haast niet meer in de hand te houden.

Gezienus Rougoor van de Vossebelt komt "toevallig" langs en speelt ontsteltenis en angst.De Duitsers verhoren hem en laten hem al snel weer gaan.Nog gauw deelt Gezienus mee, dat Albert in Dalerpeel gewaarschuwd is.Daarvoor is hij gekomen.

Mantel en Koning, twee al eerder gearresteerde leden van de verzetgroep, worden binnengebracht.Ook zij zijn zwaar toegetakeld.urenlang worden de drie mannen nu verhoord.Tenslotte, pas aan 't eind van de middag, vertelt Benhard waar zijn broer Albert woont.Hij is immers toch weg nu en 't kan dus geen kwaad meer.

Maar Albert is niet weg!Als de overvallers, met Bernhard, Koning en Mantel in hun midden, bij de boerderij in Dalerpeel aankomen, blijkt hij nog thuis te zijn.Onbegrijpelijk!Hij was gewaarschuwd!De vier gevangenen worden overgebracht naar de school van de Nederlandse S.S.ers in Hollandsche veld (zie hoofdstuk 20).

In de nu komende nacht worden de bewoners van de boerderij op de Hoge Haar opnieuw opgeschrikt.Even na elven staan de overvallers weer voor de deur.Ze dringen opnieuw binnen en Geert, die op Gert's kamer slaapt, wordt naar beneden gestuurd.Daar staat een andere Duitse officier, die hem bij de kin pakt. "waar liggen de wapens?"vraagt hij indringend."Ik weet het niet!", zegt Geert opnieuw."Maar wij wel!", klinkt het triomfantelijk.Geert moet onder begeleiding van enkele S.S.ers de buren gaan halen. Ze moeten graven.De jongens Bosman en Geert Katerberg worden uit hun bed gehaald.Dat gaat allemaal niet zo snel in het donker en het duurt geruime tijd voor de onvrijwillige hulpkrachten bij de door de Duitsers aangegeven plaats op het erf aanwezig zijn.Ze zijn precies op de hoogte.Bernhard heeft de onmenselijke verhoren op den duur niet kunnen doorstaan!

Omdat er met schoppen niets te beginnen is in de keihard bevroren grond, moeten er houwelen gehaald worden. Bovendien ligt het werktempo niet erg hoog en zo duurt het uren voor de persbult afgegraven is.Maar dan komen ze toch tevoorschijn, kisten met geallieerde wapens en munitie.De buren mogen naar huis en de Duitsers en hun Nederlandse handlangers inspekteren de buit.Tegen de morgen gaan ze naar buiten en proberen de geweren en stenguns uit op alles, wat ze maar kunnen raken."Ze schoten ermee, dat 't zo rabbelde!", herinnert Geert zich nu nog.

Later op de dag moet hij onder begeleiding van S.S.ers de wapens op een met een paard bespannen slee naar Klooster brengen.Albert's aandeel is daar inmiddels ook bij; hij heeft eveneens het geheim van zijn bergplaats moeten prijsgeven.Geert brengt de hele voorraad naar de boerderij van Piet Tijsma, die gelukkig ontkomen is.Maar de landverraders houden hier nog steeds thuis, want ze vermoeden ook hier een geheime opslagplaats.Later zullen er inderdaad instructiewapens gevonden worden.Als Geert terugkomt bij de Hartemink's, blijken er nog steeds N.S.K.K.ers aanwezig te zijn.Ze blijven nog enkele dagen hier.Een van hen speelt tot Geert's verwondering geestelijke liederen op het huisorgel. De verhoudingen worden, voor zover dat mogelijk is, wat menselijker.Als op een gegeven moment enkele landverraders op een paar stropakken zitten, waagt Geert hen te vragen, wat hen toch bezielt.Het antwoord is even verbluffend als onwerkelijk."Je ziet toch wel", wordt hem te verstaan gegeven, "dat Duitsland wint op alle fronten!".Terwijl de geallieerden Zuid-Nederland al bevrijd hebben en tot ver in Duitsland doorgedrongen zijn!Met deze lieden valt niet te praten, dat is wel duidelijk.

Op zondagmorgen morgen opa de Haan, Albert Hartemink en Willem Mantel werden op 8 maart 1945 bij de Woeste Hoeve, samen met honderdzeventien andere gevangenen doodgeschoten.Deze meedogenloze moord vond plaats als vergelding voor de aanslag van het verzet op de Duitse generaal Rauter.

Harm Koning kwam om het leven op 3 mei 1945 aan boord van een Duits schip met gevangenen, dat door Britse bommenwerpers bij Lubeck tot zinken werd gebracht.De piloten waren niet op de hoogte van de menselijke lading; het schip voer onder de Duitse oorlogsvlag.


Last update: 24-02-2008 by www.herdenking.nl