Roelie Overbeek-Heling
Wij lagen maar wat op de harde banken van slapen kwam natuurlijk niets.

Roelie Overbeek-Heling, getrouwd met politieman Jan Overbeek, beschreef voor haar kinderen en kleinkinderen haar soms schokkende oorlogservaringen.Het grootste deel van dit verslag wordt hier woordelijk weergegeven:

Op een morgen in mei ging de telefoon, er was een Duitser voor die voor Opa een bevel had en wel dat hij onmiddellijk verschillende mensen op moest pakken. Dit waren juist Oranjemensen, die niets gedaan hadden.Dit was voor opa een hele stap om zonder meer die mensen op te pakken.Hij heeft ze daarom gewaarschuwd. Die mensen zijn toen ondergedoken, zodat Opa ook ging onderduiken.Hierover zal ik dan eerst vertellen, van wat ik daarvan weet.

Opa is weggegaan, zodat ik erg bezorgd was.Maar de eerste nacht hoorde ik steentjes tegen het slaapkamerraam tikken. Ik er uit en tot mijn vreugde was dat Opa, die even kwam kijken hoe ik het maakte met de kinderen. Maar voor het licht werd 's morgens moest hij weer weg, want toen de N.S.B.ers wisten dat Opa ondergedoken was, werd er jacht op gemaakt.

Opa is in de eerste dagen in Veenoord geweest, later in Nieuw-Zwinderen. Ook enkele nachten hier in Dalen bij kennissen. Nog later bij de Familie Lanting in Nieuwlande, waar hij hard gewerkt heeft in een boerderij.Daar ben ik een keer bij hem geweest.Post, die later doorgeschoten is, bracht mij die dag nog naar huis. Of iemand dat gezien heeft weet ik niet, maar al vlug was Opa daar niet meer veilig, zodat hij vertrok naar Hoogeveen naar Familie de Jonge. Dat was in die tijd een soort doorgangshuis voor onderduikers.

De eerste dagen dat Opa ondergedoken was, werden er nogal eens boodschappen afgegeven door Duitsers. Die wisten niet, dat Opa ondergedoken was, zodat ze mij wel eens een boodschap gaven om dit aan Opa te zeggen. Op een morgen ging die telefoon weer, maar ze wisten zeker helemaal niet met wie ze praten. In ieder geval gaven ze bevel, dat Opa direct de apotheek bij de dokter moest sluiten en verzegelen. Ik vertelde hun toen dat Opa weg was.Ze vroegen wanneer hij terug kwam.Ik heb hun toen maar verteld dat hij weg was en niet weer kwam.Een paar dagen later werd de telefoon bij mij weggehaald.Ik ben meteen naar de dokter gestapt om te vertellen wat hun plannen waren.De dokter heeft meteen de kostbare apparaten in veiligheid gebracht en is zelf met zijn dochter ondergedoken.Dat was trouwens maar voor een paar dagen.Ik denk dat het angst was.Een 14 dagen later ging ik een paar dagen naar Westerbork naar mijn ouders met de drie jongens.Toen wij terugkwamen hadden de Duitsers bij mij ingebroken en alles nagesnuffeld, om te zien of er brieven van Opa lagen, die ik eventueel van Opa gekregen had. Of ze wat gevonden hebben?

Wel hebben ze een foto van Opa meegenomen.Ze hadden zo graag geweten aan wat adres Opa nu zat.Gelukkig hebben ze geen brieven gevonden.

Het was begin Juli dat oom Hendrik en tante Luch een weekend bij mij kwamen. We zaten juist met elkaar aan tafel om zes uur, toen er gebeld werd.Ik naar de voordeur en meteen stond er een Duitser voor me met een getrokken revolver.Ik keek achterom en had meteen ook een pistool in de rug. Dat was me een schrik.Ik viel meteen bewusteloos.Ze hebben mij toen samen op de divan gelegd en vertelden mij of ik even mee wilde gaan met hun, want ze hadden Opa te pakken.Dat was natuurlijk helemaal niet waar. Ik werd in een open jeep gezet en daar ging ik heen.Eerst werd ik opgesloten bij een Duits soldaat in een hotel in Coevorden tegenover het station.Hij deed steeds aanhaliger en zei dat Opa ook met een andere vrouw er vandoor was.Gelukkig is alles goed gegaan.

Tegen acht uur ben ik overgebracht naar Hoogeveen.Daar was een streng verhoor waar Opa zat.Ik wist natuurlijk van niets.Tegen 11 uur ben ik naar Assen gebracht in de HBS. Die hadden ze toen al gevorderd. Daar zaten nog meer, hoewel wij daar maar met 4 vrouwen zaten.Daar moesten we de nacht maar doorbrengen. Eten was er niet bij.Wij lagen maar wat op de harde banken van slapen kwam natuurlijk niets.

De volgende morgen kwam er een Duits officier die ons meenam. We waren eerst zo blij en dachten dat we vrij waren, maar niks hoor.We gingen in Assen naar de gevangenis, waar ik 14 dagen gezeten heb. Tussentijds zijn we een paar keer gehaald voor een streng verhoor, waar opa zat. Ik zei maar dat ik het niet wist. Ze hebben me nooit geslagen.Maar in de gevangenis te zijn is heel erg.Het is maar een klein hok met een brits en wc en je kunt je daar wat wassen.

Eenmaal per dag mocht je evenluchten, in een ruimte van ongeveer 15 meter lang.Dat zat helemaal in het gaas, zodat er geen sprake was van er uit te komen. Onder toezicht dan maar wat heen en weer lopen. Enfin, ook daar zijn we weer doorgekomen.Op de laatste avond dat ik daar zat, kwam om 11 uur de directeur bij ons en vertelde ons, maak jullie je maar klaar, want je wordt nog gehaald. Inwendig erg bang, maar ook weer wat bevrijd dat er wat schot in kwam, want 14 dagen waren lang.Toen de deur van de gevangenis openging stonden er een rij soldaten met het geweer in de aanslag bij een overval auto (voor twee vrouwen, Mevr Deij en ik).

Enfin toen wij tevoorschijn kwamen hoorden we schreeuwen:Mamma!

Dit was een verschrikking voor mij, dat Aaldert en Henk met de kinderen Deij daar in zaten.Ik dacht: "Nu is het gebeurt".Al gauw vertelden de jongens mij dat we naar Westerbork gebracht werden naar het Jodenkamp.Dan word je al weer wat rustiger.

Nu even iets anders. Die veertien dagen dat ik weg was, waren de jongens Aaldert en Henk in Westerbork bij opa en oma.Op die dag dat wij 's avonds uit de gevangenis zouden komen kreeg mijn vader bericht of hij met de kinderen op het politiebureau wilde komen.Intussen hebben ze Gerard al weggebracht naar oom Jo en tante Tiny in Gieten.'s Morgens om negen uur moest mijn vader met de jongens daar zijn. hun wisten wel waar hun pappa was, dus werd hun goed duidelijk op het hart gedrukt, als de Duitsers je wat vragen, je weet niets en ook niets, anders schieten ze jullie pappa dood.

Ze hebben hun daar strikt aan gehouden, ze waren toch nog maar 9 jaar.Enfin, toen mijn vader daar met de kinderen kwam, werden ze meteen in een grote overvalauto geduwd en weg ging het.Waarheen?

Later hoorde ik dat mijn vader kapot geweest is en dat hij schreeuwend alleen naar huis gelopen is. Die stakkers wisten ook niet wat er met de kinderen ging gebeuren.Ze werden die dag maar steeds ondervraagd:"Waar is je vader?".Het ging hard maar ook maar ook met omkoperij van chocolade enz. In ieder geval kwamen ze die avond toen laat met hun bij de gevangenis, om ons nog te halen, voor het Jodenkamp in Westerbork.Wat een gedachte, dicht bij mijn vader en moeder en de anderen en toch gevangen.

Na een laatste strenge verhoor, waar Opa was, en niets bereikt werd ons gezegd: Jullie moeten morgenvroeg om zes uur klaar zijn, want jullie gaan samen met joden op transport. Ik wist toen al wel dat de Joden die daar zaten allemaal werden vergast en op transport naar Polen gingen.Als wij gezegd hadden waar Opa was dan waren we direct vrij gekomen.

Dit was toch iets wat je nooit zou doen.Aaldert en Henk waren nog te klein om te weten wat hun te wachten stond.Ik had toen echt afscheid van het leven genomen, wat mij toen heel niet zwaar viel.De volgende morgen vroegen ze ons nog eerst waar Opa was, dan waren we nog vrij.Enfin we bleven bij ons besluit.Toen de Joden instapten moesten wij ook instappen.Eerst tot Beilen, daar werd overgestapt in een andere trein.Even keek ik uit of er wat bekends was op het perron, omdat Westerbork dicht bij Beilen ligt en ik er nog kennissen had.Je kon nooit weten.Toch had ik nog even geluk, een oude vriendin Jo Doedens.Ze kwam juist op mij af, toen er een Duitser aankwam en haar bij de arm nam.Ik mocht met niemand praten.Enfin ze is die dag naar mijn vader en moeder geweest om te vertellen wat ze gezien had in Beilen.

Toen we ongeveer in Amersfoort aankwamen stapte er een politieman in. Hij keek me eens aan en nog eens en vroeg toen:"Is u misschien de vrouw van Overbeek?".Toen ik zei van ja, sloeg hij de handen voor de ogen en zei:"Dat ik die weg moet brengen". Wie dat geweest is weet ik nog nooit.Hij vertelde ons dat we naar Vught gebracht werden, in een concentratiekamp.Wat was ik toen gelukkig, want dat had ik niet verwacht.Toen wij in Vught aankwamen moesten we ons helemaal uitkleden. Ringen spelden enz., alles moest afgegeven worden.Zo gingen we wel met 100 tegelijk onder de douche, kinderen vrouwen en mannen allen tegelijk.Daarna kregen we een hoofddoekje en een paar klompen.

Er werd helemaal niet gekeken of ze pasten.Toen we klaar waren moesten we in 't gelid naar de barak waar we ingedeeld waren.'s Avonds kregen we koolsoep, vies dat was.De kinderen huilden maar en lustten die rommel niet, tot overmaat van ramp, dat ze bij de moeders weggehaald werden.Ze moesten daar net zo lang blijven tot ze het eten lusten.Zo hebben ze de kinderen 5 dagen opgesloten in een andere barak.Overdag zagen ze ons in de verte en mar huilen en maar roepen om mamma.Het ging je door merg en been, een verdriet dat we hadden is niet te beschrijven.We moesten 's morgens om 6 uur op appel staan.Wie niet kon lopen werd op een kruiwagen naar toegereden en of je ziek was werd geen rekenschap mee gehouden.

Tussen het vrouwen en mannenkamp was enkel prikkeldraad zodat we alles konden zien.Daar ging het vaak erg hard toe.Het was soms maar liggen en opstaan en ging het niet vlug genoeg kregen ze maar een schop. De mannen daar hadden een hard leven, moesten zware palen sjouwen enz.Een keer heb ik gezien dat ze plat op de grond moesten liggen en dat de Duitsers ermaar overheen fietsten.Als ze huilden werden ze maar weer geschopt.

Als we 's morgens vroeg op het appel stonden werd alles geteld, wie er wel en wie er niet was.Sommigen die er niet waren werden gezocht en moesten voor straf de bunker in.De eerste drie maanden moesten we van 's morgen 6.30 tot 's avonds tegen donker worden al maar bonen rangen.De hele dag maar zitten op een harde bank zonder rugleuning.Dat was erg vermoeiend.Zo kon het zo maar wezen dat je zo opgehaald werd om wat anders te doen.In de keuken aardappels schillen voor de hoge Duitsers of konijnenhokken schoonmaken of ballen naaien voor de ter dood veroordeelden.Die hadden ze dan met een koord op de rug hangen, zodat een ieder kon zien dat het ter dood veroordeelden waren.

Die mensen hadden een heel slecht leven en werden steeds in de gaten gehouden.Onderhand waren de kinderen weer bij ons in de barak.Er was daarook een onderwijzeres (voor straf) die een schooltje oprichtte om de kinderen les te geven. Dat was voor de moeders een reuze verbetering, want als wij daags moesten werken, wisten wij nooit wat met de kinderen gebeurde. Er was bijvoorbeeld ook een jonge vrouw die zich nog al met de kinderen bezig hield. Ze vroeg hun van alles, ook waar hun pappa was. Achteraf bleek dat dit een spion was in dienst van de Duitsers, zodat zij heel wat gewaar werd van de kinderen.

Toen het wat kouder werd kregen wij allemaal een jurk aan (blauw gestreept).Die was wel wat warmer, maar we kregen er geen kousen bij, zodat we met blote voeten in een paar klompen moesten lopen, die je heel niet pasten.Verschillende vrouwen hadden 's morgens kranten om de benen gewikkeld voor de kou, maar die werden er allemaal afgetrokken zodat je voor straf een plak brood minder kreeg.We kregen al niet zo veel.Gelukkig dat het Rode Kruis zich ermee ging bemoeien.Daar kregen we iedere week een pakje met van alles er in.In het Kamp zelf kregen we ieder maar 1 homp brood, met een stukje boter er op.Dit moest je zelf verdelen voor de avond en de morgen.We kregen trouwens al gauw pakjes gestuurd van familie en kennissen. Deze pakjes werden eerst open gemaakt door de Duitsers. Zat er roomboter of worst of ham in, dan aten ze dat zelf op. We wisten immers toch niet wat ons gestuurd werd? Zo hebben we daar heel nare dingen meegemaakt.De kinderen liepen allemaal in oude kleren van Joden.Het leken soms meer op lompen dan op normale kleren.Hun eigen kleren heb ik nooit weer gezien.

Verder de grote transporten die weg gingen (Joden) naar Polen.Het grootste transport dat we meegemaakt hebben waren 400 Joden.Ze stonden spiernaakt op het appel, met het oog op dat ze niets mee konden nemen. Er lag een hoop brood van wel 5 meter hoog op 't appel allemaal eten dat ze graag meegenomen hadden in de trein.Dat was er niet bij.De volgende dag kregen wij dar broodpap van, dat de Joden in hun broek verstopt hadden.Er was niemand die dat lustte, dat kun je begrijpen.We hadden alles door de WC gespoeld, zodat die de volgende morgen verstopt was, dus weer allemaal straf.

Verder werden hele transporten Joden en kinderen bij de ouders weggehaald. Hartverscheurend.Ze kregen mooie poppen en beren enz. mee en werden in overval wagens weggebracht naar Den Bosch, waar ze in beestenwagons gestopt werden om zo naar Polen te gaan om te worden vergast. Daar werden in Den Bosch de kinderen alles weer af genomen, poppen enz.weer voor een volgende groep.Dit is iets wat zo beestachtig was, dat ik nooit weer zal vergeten.Deze oorlog was echt een zenuwoorlog. Ze maakten de mensen kapot.

Op een morgen werd er verteld dat er wandluizen waren, zodat alle barakken ontsmet moesten worden. Wij moesten allemaal meehelpen om de gleuven dicht te plakken met papier.Verder moesten wij allen ontluist worden. Ook dat was een verschrikking.Ze gingen er met een spuit op, waar je doorheen moest lopen.Zo zachtjes werd het erg koud, zodat er veel zieke mensen kwamen.Toen moesten we allemaal weer op het appel staan en werd ons een overjas toegegooid.Allemaal van de Joden. De Jodenster zat er nog op, of ze pasten werd niet naar gekeken, dat kon ook niet met zoveel mensen.Ik kreeg er een waar de sleutelbos nog inzat en vies dat het ding was, verschrikkelijk.Vele dames die de jassen niet wilden hebben, maar je had daar niets te zeggen. Voor straf moesten wij met het hoofd tegen een lange muur staan, een kanon achter ons, die regelmatig afgeschoten werd, zodat ieder van ons dacht, nu ben ik aan de beurt.Als je zo iets meemaakt verlang je echt naar het einde.En dan te bedenken dat degene die je dat aandoen bijna allemaal Nederlanders waren (N.S.B.).

Ik zelf heb daar nog 10 dagen in het ziekenhuis gelegen en moest de kinderen maar achterlaten. Toen ik weer terug was moest ik nog een paar dagen rust houden, maar dat was er niet bij. Wij sliepen daar in stapelbedden van drie op elkaar, zodat ik maar driehoog gekropen was. Maar 's morgens om zes uur kwam de Duitse oberofficierin en trok mij met deken en al het bed uit en zonder pardon op het appel. Medelijden kenden zij niet.

Een paar dagen later kreeg Henk erge oorpijn.Ik wilde er mee naar de dokter, maar die lachte je gewoon in je gezicht uit, zodat ik geen kans kreeg.Dit werd zo erg,dat Henk hoge koorts kreeg, toen mocht het gebeuren.Hij werd direct opgenomen en bleek dat het middenoorontsteking was.Dit is nooit weer in orde gekomen, zo dat hij met zijn ene oor doof is gebleven.Er was ook een Jodenvrouwtje dat je de toekomst kon voorspellen. Dat deed ze dan om voor je te slapen, maar het kostte dan een schepje suiker of een schepje jam, wat je maar had. Ze werd daar zo bekend, zodat ze ook voor de Duitsers moest slapen. Ook heeft ze voor mij geslapen.Ze vertelde mij dat ik met de kerst weer in huis was en dat mijn man niet was waar ik dacht. En dat er mensen in ons huis waren en dat ik nog een kind zou krijgen en nog veel meer.En alles is uitgekomen. Ik vroeg haar of ze ook nog wel wist wat haar te wachten stond."Nu" zei ze,"Dat is een verschrikking". Iedere dag was er wel wat anders, maar nooit iets goeds. Geregeld werden er leugens verteld dat wij naar Duitsland vervoerd zouden worden enz. naar een ander kamp.

Op een morgen werden er weer eens een groep van 100 afgeroepen die in het ziekenhuis moesten komen, waar ik ook bij was.Wij stonden met wel 100 gelijk op de gang, spiernaakt en koud dat we waren.'t Was hartje winter en veel verwarming was er niet. Door een Duitse dokter werden we aan de lopende band inwendig onderzocht, er werden geen handen gewassen, zodat vele mensen het bloed bij de benen langs liep.Nog wisten wij niet waarvoor dat nodig was. Achteraf hoorde ik van een verpleegster die daar werkte, dat de bedoeling was geweest om ons weg te sturen naar de soldaten in Duitsland.(Ze hadden ons de baarmoeder omgegooid, die zwijnen).Zover is het gelukkig nooit gekomen.Ook hebben we daar wel aardige momenten meegemaakt.Er waren veel artiesten die die avonden om de beurt verzorgden. De kruk werd dan aan de binnenkant uit de deur gehaald, zodat er niemand binnen kon komen.Ze stonden dan boven op de tafel te dansen en voor te dragen. Gelukkig voor allen dat er ook zulke mensen daar waren, dat was voor ons allen nog wat afleiding.Gestolen werd daar onder elkaar, zodat we met een tas onder de jurk liepen waar we van alles in hadden.

Het was half december dat er bericht in het kamp kwam dat Rauter zou komen.Dit was een hoge piet die heel wat te vertellen had.De rechterhand van Hitler. Wij moesten allemaal met schaal koolsoep aan de tafel zitten.Toen hij binnenkwam allemaal opstaan. Veel oude vrouwen liepen hem schreiend tegemoet en vielen voor hem op de knieŽn, smekend om hun vrijheid.Dit was toch zo aandoenlijk. Hij schreeuwde:"Wat willen ze?"."De vrijheid", riepen ze in koor.Wat was hij een verschijning zo in uniform.

Maar hij bracht ons de vrijheid. Onze mannen mochten zonder dat hun iets werd aangedaan weer boven water komen.Ze kregen hun uniform en hun wapens weer terug en wij mochten naar huis.Dit was eigenlijk te mooi om waar te zijn.Toen Rauter ons de vrijheid gebracht had hielden ze ons nog een week vast, enkel om je maar zo veel mogelijk te pesten.Dat was een lange week voor ons allen.Je werd steeds zenuwachtiger, vrij en niet vrij.

Enfin, toen de dag er dan was dat we weg gingen moesten we allen eerst tekenen dat we heel goed behandeld waren en dat we in alles erg tevreden waren.Daarna kregen we onze kleren terug, dat was een zomerjurkje en dat tegen de kerstdagen. We hadden immers onze zomerkleren aan in juli toen we opgepakt zijn.De kinderen kregen hele oude Jodenkleren aan, het leken wel lompen.Toen we dan klaar waren 's morgens lieten ze ons uit nijd nog een uur op appel staan.Verschillende mensen zakten in elkaar van vermoeidheid.

Toen moesten we met elkaar nog lopen van Vught naar Den Bosch waar we in de trein stapten.De trein zat zo vol, maar er ging niemand voor ons opstaan, zodat we tot Assen op de grond zaten. We kwamen 's avonds tegen 12.30 uur in Assen aan. We werden opgehaald door mijn zwager Henny, waar wij 's nachts zouden blijven.Wij waren nog maar goed en wel bij hun binnen, toen de Duitsers er ook al stonden. In de hoop om mijn man te pakken. Die was er gelukkig niet.De volgende morgen ben ik naar mijn schoonouders gebracht met de kinderen en vandaar werd ik opgehaald door mijn zuster Luch met een taxi.Zij (tante Luch) heeft in die tijd veel voor ons gedaan met boodschappen over te brengen enz.

Toen ben ik een paar dagen bij mijn ouders gebleven in Westerbork en vandaar ben ik alleen een week naar Pekela gegaan, waar opa mij voor het eerst opzocht.Maar toen kwam het grote probleem, dat melden. Doen of niet doen.Er was niemand die hem raden kon.Je kon die Duitsers niet vertrouwen. Enfin, na lang beraad had opa besloten om zich maar te melden.Hij vond dat hij in die tijd naast mij en de kinderen moest staan.Ik maar huilen dat hij zich niet moest melden, want ik wist ja precies als ze hem oppakten wat hem te wachten stond. Enfin, ik zie hem nog naar Assen gaan in het trammetje om zich te melden.Heel Dalen zat in spanning of hij wel terug zou komen.Toen hij in Assen was, hebben ze hem bijna niets gevraagd.De uniform werd hem aangemeten, hij kreeg weer wapens en mocht naar huis.

Maar eerst dienst in het Jodenkamp Westerbork, daarna overplaatsing naar Hoogeveen.Na een paar maanden kregen we daar een woning toegewezen van mensen die ondergedoken waren.De oorlog was immers nog lang niet afgelopen.Die duurde daarna nog 2 jaar.In die paar jaar die we nog in Hoogeveen gewoond hebben zijn er nog al wat onderduikers bij ons in huis en uit huis gegaan. Dezelfde mensen waar Opa eerst bij ondergedoken was, zijn later bij ons geweest en verder nog vele anderen voor een nachtje.Dit was voor mij wel een hele opgave want als ze ons te pakken kregen bleef er niet veel van ons over.Ik had die ellende immers pas achter de rug, maar wat moest je.Het werkte wel heel erg op je zenuwen.De bedoeling van die Duitsers was toch om je geestelijk kapot te maken.

Ik eindig nu maar, want anders komt er geen eind aan. Achteraf heb ik nog heel vergeten om over te schrijven. Zo later schieten je nog een heel veel periodes te binnen, waar ik niet over geschreven heb. Ik heb er lang werk over gehad, want bij iedere bladzij kreeg ik razende hoofdpijn en moest ophouden met schrijven.Je beleeft dan alles weer zo intens. De tijd dat wij in Hoogeveen woonden was een nare tijd. Door alles wat wij meegemaakt hadden was ik heel vaak ziek, zodat ik menigmaal hoopte dat ik niet meer wakker zou worden.Steeds die ellende, wat ik gezien en meegemaakt heb, liet me niet meer los. Ondanks dat Opa erg lief voor mij was en veel geduld.Op een gegeven ogenblik vond de dokter dat ik maar eens naar het ziekenhuis moest, want zo ging het niet langer.

Wat was nu het geval, in Vught hadden ze de baarmoeder omgekeerd. De dokter vroeg hoeveel kinderen wij hadden. Hij vond dat de baarmoeder dan maar zo moest blijven zitten, dat zou voor mij beter zijn. Maar dat was van die dokter toen een fout. Want bij een vrouw speelt de baarmoeder een grote rol, vandaar dat ik steeds achteruit ging.Toen werd er gezegd dat voor mijn gezondheid misschien beter was om nog een kindje te krijgen.Daar had ik niet veel zin in, want ik was bijna 41 jaar.Die negen maanden duurden lang want ik was steeds niet goed. Enfin, onze Frans die kwam gelukkig ter wereld met grote moeite.Gelukkig was hij een fijne baby die met erg veel getob groot geworden is, kan goed leren en heeft een goed verstand.Het had ook anders gekund.

Ik zelf ben daar wel van opgeknapt, maar niet zo als ik gedacht had.In ieder geval hebben wij veel plezier van zo'n nakomertje gehad. Van Hoogeveen zijn we weer naar Dalen terug gegaan in 1946 waar Opa weer zijn gewone dienst kon doen.Nadien zijn we verhuisd naar Wehe den Hoorn, waar we tien jaar gewoond hebben en waar Opa werd bevorderd tot Adjudant.Na die tien jaar in Wehe den Hoorn zijn we naar Borculo verhuisd.Daar zijn we vier jaar geweest tot Opa op pensioen ging (60 jaar).

Toen zijn we weer verhuisd naar Dalen en hopen daar onze jaren te slijten.We hebben hier best naar de zin.Ik ben ook nog altijd dankbaar dat heel Dalen mee gewerkt heeft, dat mijn kinderen en ik zulke heerlijke pakketjes mochten ontvangen in Vught.

Ziezo, nu weten jullie alles zo'n beetje.

Mam.



Last update: 14-02-2007 by www.herdenking.nl