De Meistaking
Zij hadden zich bijzonder ingezet bij de organisatie van de staking.

Op dinsdag 19 april 1943 maakte de opperbevelhebber van de Duitse bezettingstroepen bekend, dat alle Nederlandse militairen weer in krijgsgevangenschap moeste keren.Hierdoor ontstond grote beroering.De landelijke verzetsbeweging riep op tot een algemene staking en veel Nederlanders gaven hieraan gehoor.Een groot aantal fabrieken en bedrijven "gingen plat", maar ook op het platteland bij de boeren braken stakingen uit.Het gebeurde zomaar, spontaan!

Ook in Dalen.Op vrijdagmiddag 30 april werd door een aantal inwoners de tijding verspreid, dat er 's avonds om half negen een geheime bijeenkomst bij het Laveringsveen gehouden zou worden.Honderden Dalenaars stroomden toe en wachtten op de dingen, die zouden komen.Plotseling werden ze vanuit het duister door iemand toegesproken.Morgen zou ook in Dalen door iedereen gestaakt worden, zo luidde de boodschap van de onbekende. Alle boeren moesten vanavond nog gewaarschuwd worden geen melkbussen aan de weg te zetten; alle melkrijders moest aangezegd worden niet uit te rijden en de directeuren van de drie zuivelfabrieken (van Dalen, Dalerveen en Wachtum) geen melk te verwerken.Haast vanzelf verdeelde men zich in groepjes om de opdrachten uit te voeren en nog voor middernacht was iedereen op de hoogte gesteld.

De volgende morgen waren bijna alle jongemannen per fiets onderweg om te controleren of men zich ook aan de stakingsregels hield.De boeren, die toch nog aan het werk waren, werden soms met harde hand van het land verwijderd.Melkbussen, die aan de kant van de weg stonden, werden omgetrapt en in de sloten leeggegoten.Een geest van openlijk en soms ook wel baldadig verzet waarde door de dorpen.

Toch werd gauw duidelijk, dat de Duitsers tegemaatregelen namen.Overal in het land werden stakers opgepakt en na een direct hierop volgende veroordeling doodgeschoten. Arrestatiebevelen werden uitgevaardigd en om ook snel in de dorpen te kunnen toeslaan telefonisch dorgegeven aan de plaatselijke politie.Zo kreeg op zaterdagmorgen de Daler politieman Jan Overbeek via zijn diensttelefoon opdracht schoolhoofd Van Delden, smid Naber en beide Wachtumer boeren Hidding en Hilbrand gevangen te nemen. Zij hadden zich bijzonder ingezet bij de organisatie van de staking en golden voor de Duitsers als de oproerkraaiers.Jan bedacht zich niet lang en waarschuwde de vier te arresteren Dalenaars, die onmiddelijk onderdoken.Overbeek, nu zelf ook medeplichtige, volgde hun voorbeeld.Het bericht hiervan gonsde al snel door de dorpen.'t Veroorzaakte wel enige spanning, maar de jongeren bleven toch de hele dag op hun post.Er werd nergens gewerkt!

Ook op zondag zou er gestaakt worden, maar om een uurt of twaalf kwam er weer een telefoontje binnen bij Overbeek.Een Duitse politieambtenaar, onkundig van het feit, dat Jan ondergedoken was, deelde mee dat de bezetter van plan was overal in Drenthe zogenaamde razzia's te houden.Hierbij zouden dan alle jongemannen opgepakt worden en afgevoerd naar Duitsland.

Mevrouw Overbeek, toch al aangeslagen door het plotselinge vertrek van haar man, rende naar de buren om te zeggen, dat iedereen gewaarschuwd moest worden.Zijzelf zou zo veel mogelijk mensen in Wachtum en Dalerveen opbellen.Zelden is een waarschuwing in Dalen zo snel verspreid;zelden is er ook zo'n algemene paniektoestand uitgebroken.Overal gingen mannen er vandoor, gepakt en gezakt, vaak niet wetend waarheen.Anderen verstopten zich thuis, in schuren, stallen of verborgen zich in de op het land staande rogge of het koolzaad, dat toen veel verbouwd werd.

Een groep van tien jongemannen ging er op de fies vandoor.Er werd even gewacht op Jan Kalkdijk, die zich er ook bij wilde aansluiten en toen de stoet zich in beweging zou zetten, kwam er nog een buurman aanglopen."Jongens", riep hij,"wacht noh even.Onze Hennie moet ook mee.Die zit nog op zolder boven de varkens!".Weer werd er gewacht en daar kwam Hennie, het stro nog in de haren.Zenuwachtig riep hij:"Laat mij maar voorop fietsen.Ik ben militair geweest en mij moeten ze 't eerst hebben!". Hennie mocht voorop, maar door zijn gejaagdheid en doordat zijn stuur scheef stond, sloeg hij verschillende keren tegen de grond, zodat er van zijn voorste positie weinig terecht kwam.

De groep verzamelde zich tenslotte in een boerenschuur aan de Reindersdijk en wachtte af.Er werden twee jongens beurtelings op de uitkijk gezet en anderen kortten zich intussen de tijd met het verorberen van de meegenomen voedselvoorraden, bestaande uit grote hoeveelheden "schinken" en metworsten.Tabak en sigaren waren er ook in overvloed en iemand had zelfs nog een halve liter jenever meegenomen.Om een uur of vijf kwam er een man aanfietsen.Het bleek de heer Idema, de directuer van de Daler zuivelfabriek, te zijn. Hij kwam de boer, die ook melkrijder was, vertellen dat hij de volgende morgen weer gewoon zijn werk moest doen.De staking was voorbij!Een zucht van verlichting ging op bij de twaalf wachtenden in de schuur.Ze konden nu wel weer naar huis, vonden ze.Zo verliep de staking in Dalen en zo eindigde dus ook de vlucht voor razzia's, die nooit gehouden zijn.'s Avonds was iedere verstekeling weer thuis, enkele ervaringen rijker.

Angstige ervaringen, maar soms achteraf ook komische.Zo zat er een groepje jongens in een koolzaadveld bij de watertoren.Omhoogkijkend zei een van hen plotseling:"Stel je voor, dat ze ons vanaf de toren zien.We moeten ons camoufleren!".En dus werden er kransen van koolzaadstengels gevlochten, waarmee de jongens de hele middag op hun hoofd zaten.

Roelof Veldhuis was nog slimmer!Hij zei dan tegen Gees, zijn vrouw:Als jij in bed gaat liggen, trek ik je kleren aan.Als ze dan naar binnenkijken, zien ze alleen jou maar zitten!".En zo had Roelof die middag braaf in vrouwenkleren bij de tafel, terwijl Gees prinsheerlijk in bed lag! 't Viel alles bij elkaar dus erg mee.Voor enklen echter had de Mei-staking verstrekkende en soms dramatische gevolgen.

Jan Hidding en Rieks Hilbrands, twee achtentwintigjarige Wachtumers, gaan op zaterdagmorgen 1 mei per fiets op weg naar Dalen om mee te helpen bij de uitvoering van de algemene staking.Eindelijk gebeurt er iets!Ze praten vaak over daadwerkelijk verzet met Jan Otterman, maar veel verder zijn ze nog niet gekomen.Jan maakt veel indruk op hen, want hij zorgt voor distributiebonnen voor onderduikers en heeft een revolver.Ze zijn een beetje zijn vertrouwelingen en ze hebben afgesproken samen te werken, als in Wachtum de nood aan de man zal komen.

Halverwege de weg naar Dalen komen ze plotseling Rieks'verloofde Geesje Kip tegen.Geesje is buiten adem en ze heeft een dringende boodschap.Voor hen!Jan Overbeek heeft haar gevraagd hen te waarschuwen, dat ze gezocht worden.Ze moeten onmiddelijk onderduiken.Anders worden ze gearresteerd.Gedrieën fietsen ze in allerijl terug naar Wachtum.Snel afscheid nemen thuis en dan weg!Waarheen, dat zien ze nog wel.Bij het tolhuis aan de Rieweg zullen ze elkaar treffen.Jan vertelt aan zijn ouders, dat hij gaat onderduiken en fietst dan onmiddellijk naar het tolhuis.Onderweg verliest hij zijn trapper, maar hij gunt zich geen tijd het ding op te rapen.Samen gaan Jan en Rieks op weg.Zo goed en zo kwaad het gaat, trapt Jan langs de Verlengde Hoogeveenschevaart richting Zwinderen.Pas in Geesbrug durven ze bij een fietsenmaker een nieuwe trapper te kopen.

Ze rijden door naar Noordscheschut.Daar woont molenaar Boesjes, een oom van Rieks, die hen aanraadt naar boer Strijker in Drijber te gaan.Hier kunnen ze overnachten.Hier ook realiseren ze zich, dat ze niets bij zich hebben.Geen nachtgoed, geen verschoning, geen extra kleren!Daarom besluiten ze op zondagmiddag terug te gaan naar Wachtum om het een en ander op te halen.Ze hebben zich vermomd en dragen allebei een lange, lichte jas en een hoed.Onderweg, in de buurt van Hoogeveen, komen ze een hen bekende N.S.B.er tegen.Ze zeggen niets tegen hem, maar hebben het idee, dat hij hen herkend heeft.Ze besluiten daarom een poosje in Hoogeveen te blijven rondhangen en pas als het donker is naar huis te fietsen.In de nacht komen ze aan.

Als Jan de volgende morgen nog diep in slaap in zijn eigen bed ligt, wordt hij ineens wakker gemaakt. Geesje Kip is er en zegt, dat ze onmiddellijk weer weg moeten.Van mevrouw van Overbeek heeft ze gehoord, dat Jan en Rieks direct gevaar lopen.Er wordt niet lang geaarzeld.Met de nodige kleren bij zich fietsen ze snel het drop weer uit.Naar boer Strijker in Drijber.Een week lang blijven ze hier.Als ze echter op 8 mei, samen met Van Delden en Naber, in het politieblad vermeld staan, begint Strijker op hun vertrek aan te dringen.'t Wordt te gevaarlijk nu hier.

Rieks belt naar Doornenbrug in de Betuwe, naar een caféhouder, waar hij als militair inkwartiering heeft gehad.Ze zijn er welkom en fietsen dus naar het zuiden.Ze komen behouden aan en hebben er een geweldige tijd; ze biljarten wat en maaien voor hun gastheer gras op de hoge Waaldijk.Maar ze willen toch wel graag vast werk hebben en Jan belt naar Bilthoven, waar hij in dienst is geweest. Ze mogen komen, maar kunnen meer even blijven.Een onverwachte ontmoeting met Jacob Scholten, vertegenwoordiger uit Dalen, brengt de oplossing.Via hem komen ze in kontakt met een boer, die hen verwijst nar Kees Meyerink, rentmeester op het landgoed Eikenstein in Bilthoven.Kees kan best twee sterke arbeiders gebruiken en ze hebben dus onderdak.

In juli 1944 krijgen ze een telefoontje uit Wachtum."De aardappels staan klaar!", meldt Jacob Nijmeijer, die als kontaktman van Jan Otterman optreedt.Het is de afgesproken boodschap, dat er iets belangrijks is te doen in het dorp.Rieks en Jan reizen per trein naar Hoogeveen en fietsen verder naar Wachtum.Jan Otterman wil met hen overleggen, wie na de bevrijding commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in Dalen moet worden.Na een lang gesprek komen ze tot de slotsom, dat kommies Wilke Bloem de aangewezen man hiervoor is.Ze bezoeken hem 's avonds en Wilke stemt toe.

Rieks besluit nu in Wachtum te blijven en thuis onder te duiken.Hij wil niet meer bij Geesje vandaan.Jan vindt dat te gevaarlijk.Hij is bang, dat hun verblijf in Wachtum niet onopgemerkt is gebleven en gaat dus terug.Bertus Kiers, die uit Duitsland gevlucht is en in Den Dolder ondergedoken, wordt door hem onderweg opgehaald.Samen komen ze zonder kleerscheuren in Bilthoven aan.Jan's voorgevoelens blijken maar al te waar!Kort na zijn vertrek doen N.S.K.K.ers een inval bij Hilbrands en Hidding.Rieks wordt op de korenzolder aangetroffen en meegenomen.Jan wordt uiteraard niet gevonden en de overvallers onderwerpen zijn zwager Jans Albring, die bij de Hidding's is "ingetrouwd", aan een verhoor op de deel.Dat gaat niet zachtzinnig en vader Kars Hidding kan het lichamelijke geweld niet langer aanhoren en stormt de deel op.Hij heeft een van de N.S.K.K.ers zo'n schop, dat de man in elkaar zakt en blijft liggen.De wraak van de overvallers liegt er niet om.Kars Hidding wordt vakkundig in elkaar geslagen en getrapt.Met gekneusde ribben, een kapotte neus en een dichtgeslagen oog slepen ze hem naar buiten.Jans Albring volgt hen.Dan krijgt een van de beulen blijkbaar medelijden en hij zegt tegen Jans:"We zullen hem niet meenemen, als er morgen f 3000,- bij de (N.S.B) burgemeester van Sleen gebracht wordt!".Jans belooft er voor te zorgen en vader Kars mag weer naar binnen.De volgende morgen wordt het losgeld betaald.Rieks Hilbrands komt in Kamp Amersfoort terecht, maar wordt gelukkig na enkele maanden al weer vrijgelaten.De oorlog loopt op een eind.Helaas zal hij (zie hoofdstuk 19) op 24 maart 1945 bij de brand in café Vleems om het leven komen.

Jan Hidding en Bertus Kiers blijven tot 5 mei 1945 (de capitulatiedag) in Bilthoven.Kees Meyerink zegt bij het afscheid tegen Jan:"Je hebt nooit een cent bij me willen verdienen, maar ik heb toch wat voor je!".En geeft hem een nieuwe fiets.Jan heeft er niet lang plezier van.Bij Soest stuiten ze op een groep fanatieke S.S.ers, die zich nog niet overgegeven heeft.Jan moet zij nieuwe en Bertus zijn gebruikte fiets afgeven en dan komen ze er nog goed af.Het is gevaarlijk hier; overal zijn nog Duitsers, want ze zijn hier immers midden in de voormalige verdedigingslinie.Omzichtig gaan ze verder en regelmatig verschuilen ze zich.

Pas voorbij De Klomp kunnen ze zonder gevaar hun voettocht voortzetten.Over Barneveld en Harderwijk gaan ze naar Wezup.Een nieuwe hinderpaal doemt hier op.De IJsselburg wordt door de B.S streng bewaakt en iedereen, die zich niet kan legitimeren, wordt vastgehouden.Bij het plaatselijk bureau van de B.S in Wezup krijgen ze gelukkig een doorlaatbewijs en zo komen ze de IJssel over.In de buurt van Zwolle worden ze opgepikt door een vrachtauto, die hen meeneemt tot bij Hoogeveen.Daar lenen ze een fiets bij Jan Overbeek, de Dalense politieman, die inmiddels weer in funktie is en naar Hoogeveen overgeplaatst.Op 11 mei, na zes dagen, komen ze eindelijk in Wachtum terug.

Jan Hidding maakte kort daarna een gedicht, dat hij nu nog (december 1994) woordelijk kan opzeggen:

Eikenstein, zo schoon gelegen,
in het midden van ons land.
Daar heb ik een strijd gestreden
voor mijn dierb're vaderland.
Veel gezworen, veelal 's nachts
dat ik niet wist, waar ik heen moest;
zo maar op de aarde lag.
Vele vrienden gingen henen
in de strijd die is gestreên.
Maar wij zullen hen gedenken
ja, door heel ons leven heen.

Mannen, vrouwen, jongens, meisjes,
denk nu niet, het was een held.
Maar mede door 't verzet van Holland
ligt de mof thans neergeveld.
Nu de oorlog is geleden
en 't weer vrede is in 't land.

Nu wil ik een woord weer zeggen
tot mijn vrienden hier tesaam.
Gaat nu samen verder werken
aan de opbouw van ons land
Want veel, heel veel moet gebeuren
voor 't weer is: Rijk Nederland

Onthoudt altijd deze tijd
en verafschuw elke oorlog
tot in alle eeuwigheid!



Last update: 19-01-2007 by www.herdenking.nl